spinner

Aan de vooravond

do 17 sep 2009

Deel 15 van Oorgetuige: ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’, Russische muziek van de twintigste eeuw.

Konstantin Somov, Portret van Aleksandr Blok (1907), illustratie voor het tijdschrift ‘Het gulden vlies’ 1908, nr. 1. Potlood, krijt, houtskool en gouache op papier. Tretjakov-Galerie Moskou.  
De onrust in Rusland was nooit meer volledig verdwenen sinds Bloedige Zondag en de nederlaag van Rusland tegen Japan in 1905 bij Port Arthur. De grote schrijver Leo Tolstoj stierf in november 1910 op 82-jarige leeftijd; toen dirigent Sergej Koesevitski hem met een minuut stilte wilde gedenken bij een concert in Petersburg, vond men dat een verzetsdaad.
Aleksandr Skrjabin was volgens vriend en biograaf Leonid Sabanéjev vanaf 1906 ‘klinisch waanzinnig’, vertelt Elmer Schönberger: “De tweede, terminale fase was synthetisch: een wereldbeeld gebaseerd op de ‘theorie der correspondenties’ en derivaten daarvan zoals de ‘harmonie der sferen’, de ‘universele analogie’ en de ‘universele vibratie’.” “Als Skrjabin kind van zijn tijd was, dan ook het extreemste: zijn roeping was persoonlijk de wereld te verlossen. Aan die roeping gaf hij gestalte door in de laatste tien jaar van zijn leven alles ondergeschikt te maken aan […] de mystieke enscenering van apocalyps en wedergeboorte, zijn magnum opus. Het Mysterium zou eindigen in de totale destructie van de wereld, of […] culmineren in een toestand waarin iedereen en alles anders zou zijn.”
Het megawerk, dat zeven dagen zou duren, moest opgevoerd worden aan de voet van de Himalaja. Klokken die van de wolken neerhingen zouden het publiek bijeenroepen, het ochtendgloren zou steeds een prelude zijn, de avondschemering de coda en parfum die op de muziek was afgestemd zou het publiek in de juiste stemming brengen. “Een laatste restje werkelijkheidszin deed de componist echter besluiten zich voorlopig te beperken tot een Voorbereidende Handeling.” Verder dan 72 pagina’s met schetsen zou Skrjabin ook niet komen voor hij werd teruggehaald naar het Al. Componist Aleksandr Nemtin co-construeerde deze Voorbereidende Handeling.  
Met zijn gedachten nog geheel bij zijn Mysterium, kreeg Skrjabin in april 1915 een bloedvergiftiging als gevolg van een gezwel aan zijn lip. Hij overleed hieraan op 27 april. De begrafenis van de meest bizarre componist uit de muziekgeschiedenis had plaats in stromende regen. Zijn kist werd gedragen door Sergej Rachmaninov, Sergej Tanejev en twee ooms. Bij die gelegenheid liep Sergej Tanejev een longontsteking op, waaraan hij zelf in juni van datzelfde jaar overleed.
Tijdgenoot Arthur Lourié: “Skrjabin was een van de laatste kunstenaars voor wie de ziel van de muziek ook de ziel was van de humanistische cultuur. Dit hield na hem op en lange tijd was de kunst haar humanistische betekenis kwijt en gewijd aan totaal andere doelstellingen.”
 
Toen, op een dag in de zomer van 1914, “waren we opeens honderd jaar ouder geworden,” schreef dichteres Anna Achmatova, “en dat gebeurde in één enkel uur.” Geen dichter heeft deze kanteling sterker aangevoeld en ook verwoord dan Aleksandr Blok.
Componist Georgi Sviridov, die in 1915 werd geboren, werkte twintig jaar aan Petersburg, een ‘vocaal poeem’, op teksten van Blok uit de periode tussen 1902 en 1914, het begin van de Grote Oorlog, de Eerste Wereldoorlog. De negen gedichten heten ‘Weerhaantje’, ‘Gouden riem’, ‘Bruid’, ‘Stem in het koor’, ‘Ik zit vastgenageld aan de tap’, ‘De wind kwam van ver’, ‘Petersburgs liedje’, ‘Wie geboren is in duistere jaren’ en ‘Onze Lieve Vrouwe in de stad’.
 
Alles ter nagedachtenis aan jou’. Deze dichtregel van Aleksandr Poesjkin uit 1825 gaf dichteres Anna Achmátova als motto mee aan haar Noordelijke Elegieën, een gedichtencyclus die ze schreef in een van de zwartste perioden van haar land en haar leven, tussen 1940 en 1955. We zitten daarmee ineens in het hart van Rusland in de twintigste eeuw, in de Sovjet-Unie tijdens de Grote Vaderlandse Oorlog; en met deze twee grote Russische dichters proberen we ook de ziel van Rusland te naderen. Want, zoals Aleksandr Herzen zei na lezing van Gogols Dode Zielen: “De Russische ziel had in potentie veel te bieden.”
 
Samenstelling: Arthur Olof
 
Oorgetuige, zaterdag 19 september 2009 13:00-14:30, ‘Alles ter nagedachtenis aan jou…’. Deel 15: Aan de vooravond.
Herhaling zaterdag 26 september 16:00-17:30 uur.