Componisten/uitvoerenden: Béla Bartók | Claude Debussy | Fritz Kreisler | Ludwig van Beethoven | Pablo de Sarasate | Sergej Prokofiev
Opnametechniek: Cees Sterrenburg
Een staalkaart aan vioolmuziek. Degelijk, maar ook hoog gegrepen.
Een violist en een pianist kunnen uitstekend een duo vormen. Er is in de muziekgeschiedenis zoveel muziek voor deze bezetting geschreven, dat ze tot in lengte van jaren door kunnen met steeds weer nieuwe muziek.
Wat dat betreft kun je dus zeggen dat Barnabás Kelemen en Péter Nagy niet erg avontuurlijk programmeren. Op hun programma vinden we sonates van Beethoven, Debussy, Prokofjev en natuurlijk hun landgenoot Bartók, alsmede de ijzeren toegiften Zigeunerweisen en Liebesleid.
Maar maken ze zichzelf er makkelijk vanaf? Zeker niet. Bartóks sonate voor viool solo behoort tot het allermoeilijkste wat er ooit voor viool is geschreven. Ook Prokofjev is bepaald niet voor de poes. Debussy spelen vereist weer een totaal andere expressie dan Beethoven. Om deze werken allemaal op je programma te zetten, moet je dus heel wat in je mars hebben.