Familieportret | Concertzender.nl :: Radio
spinner

Familieportret

2 december 1984, IJsbreker

Maar liefst vier van Bachs kinderen werden componist. Werden ze ook wat hun vader wilde?

Niet minder dan twintig kinderen had Johann Sebastian Bach. Tien overleefden de baby- of kleutertijd niet. Van de overlevers waren er vier meisjes – die kwamen niet voor een carrière in aanmerking. Van de zes jongens was er één zwakbegaafd (maar niet amuzikaal); de andere vijf werden allemaal musicus. Vier van hen lieten ook composities na, en drie van hen schopten het tot grote beroemdheid.

Van Wilhelm Friedemann kon je alles verwachten. Als oudste zoon had hij nog helemaal in de strenge Bachstijl leren componeren en soms, bijvoorbeeld in zijn cantates, hield hij daar nog helemaal aan vast. Hij was echter reizend klaviervirtuoos, om niet te zeggen vagebond zonder rust in zijn gat, en dus moest hij het publiek behagen en verbluffen. Soms is zijn werk van een haast banale eenvoud, dan weer is het overladen met effecten. Zijn Württembergse sonate in E-groot moeten we in dat licht horen. De architectuur is eenvoudig (en loopt al vooruit op de klassieke stijl), maar de muziek zit boordevol onverwachte wendingen.

Bij Carl Philipp Emanuel werd de onverwachte wending de regel. Emanuel was lid van de ‘sentimentele’ school. Muziek moest elke menselijke emotie getrouw volgen, zoals een roman dat doet. Het maakte hem niet rijk – dat hoefde ook niet, aangezien hij in vaste dienst was aan het Pruisische hof – maar wel ontzettend geliefd bij andere componisten. “Bach ist der Vater, wir sind die Buben” zei Mozart, en ja, hij bedoelde deze Bach.

De veel jongere Johann Christian leefde in een andere tijd en een andere omgeving. De behoefte om diep persoonlijke meesterwerken te scheppen voelde hij niet. Met zijn redelijk populistische muziek bereikte hij toch een hoog niveau. De kleine Mozart ontmoette hem in Londen en werd meteen machtig door hem beïnvloed.

Uiteraard mag vader Bach op dit recital niet ontbreken. Sterker nog: Bob van Asperen geeft hem de eer het concert te openen én af te sluiten. Aan het begin horen we zijn Toccata in D, BWV 912 – een losse, meerdelige toccata in de stijl van Buxtehude, nog diep in de zeventiende eeuw geworteld. Aan het einde speelt Van Asperen de Partita nr. 4 in D, BWV 828. Het is een van de laatste klavierwerken die hij componeerde. Geen wonder dat de achttiende eeuw hier in volle glorie te horen is. Het stuk maakt deel uit van Bachs Clavier-Übung; misschien hebben zijn kinderen het wel gespeeld.

Toccata in D, BWV 912
Johann Sebastian Bach
Bob van Asperen (klavecimbel)
Württembergische Sonate nr. 3 in E, opus 2 allegro-adagio-vivace
Carl Philip Emmanuel Bach
Bob van Asperen (klavecimbel)
Fantasia in c, Falck 15
Wilhelm Friedemann Bach
Bob van Asperen (klavecimbel)
Sonata nr. 2 in D, opus V allegro di molto-andante-menuetto/trio
Johann Christian Bach
Bob van Asperen (klavecimbel)
Partita nr. 4 in D, BWV 828 ouverture-allemande-courante-aria-sarabande-menuet-gigue
Johann Sebastian Bach
Bob van Asperen (klavecimbel)