Noorderkerk: Liza Ferschtman | Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
logo
Search for:
spinner

Noorderkerk: Liza Ferschtman

15 mei 2004, Noorderkerk, Amsterdam

Thema: Klassiek | Modern
Componisten/uitvoerenden: Georg Philipp Telemann | Johann Sebastian Bach | Niccolò Paganini | Paul Hindemith
Opnametechniek: Joost Kist

De viool is nooit bedoeld om een compositie in zijn eentje te dragen. Maar sommige componisten spelen het toch klaar!

Je hebt melodie-instrumenten, basinstrumenten en instrumenten die alle stemmen kunnen spelen. Tot de laatste categorie horen bijvoorbeeld het klavier, de harp en de luitinstrumenten, maar niet de viool. Die is gemaakt om in de hoogte te schitteren, maar niet om zichzelf te begeleiden.

En toch … in de kunst kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Eind zeventiende eeuw begon de Duitse vioolvirtuoos Biber de viool polyfoon te bespelen. De melodie op de ene, de begeleiding op de andere snaar, desnoods pakte hij vier snaren tegelijk. Een grens was verlegd, een nieuwe standaard was gezet.

In dit concert horen we een jonge Liza Ferschtman met diverse grote composities voor viool solo. Van de generatie na Biber horen we Bach en Telemann. Bachs werken voor viool alleen vormen de Mount Everest voor elke violist: hondsmoeilijk, maar ook overbekend en daarom moet je van goeden huize komen om nog iets toe te voegen. De Partita in E is vermoedelijk (naast de Partita in d met de beroemde Chaconne) Bachs bekendste werk in dit genre. Minder bekend zijn de vioolsolosuites van Telemann. In weerwil van zijn ‘gemakkelijke’ reputatie laat de Duitse suitekoning ons alle hoeken van de viool zien.

Van een andere orde zijn de Capriccio’s opus 1 van Niccolò Paganini. Deze Genuees kreeg na zijn dood de reputatie van lege showman, wiens werk uitsluitend draait om “kijk een wat ik kan”. Helemaal eerlijk is dat niet. Ten eerste was Paganini niet alleen heel virtuoos, hij ontwikkelde net als Biber ook tal van nieuwe technieken die de grenzen van het vioolbare sterk verlegden. Ten tweede maakte zijn combinatie van virtuoos showmanschap en romantische uitdrukkingskracht school bij componisten als Chopin en Liszt. Zonder Paganini waren hun etudes er niet geweest.

Eugène Ysaÿe, een late romanticus uit Wallonië, combineert de romantiek van Paganini met de ernst van Bach. Of beter gezegd: hij probeert de ernst van de romantiek, die normaal in zware pianostukken en uit hun voegen barstende symfonieën tot klinken komt, in een enkele viool te vangen.

Paul Hindemith is min of meer een tijdgenoot van Ysaÿe, maar geen geestverwant. Uit alle macht zet hij zich af tegen de romantiek. Nee, de achttiende eeuw, dat waren nog eens tijden! Bij Hindemith klinkt een modern idioom in de klassieke vorm van de sonate, met de contrapunctische strengheid van Bach.

Partita nr 3 in E, BWV 1006
Johann Sebastian Bach
Liza Ferschtman (viool)
Caprice nr 2, opus 1 in b
Niccolò Paganini
Liza Ferschtman (viool)
Sonate voor vioolsolo, opus 31 nr 2
Paul Hindemith
Liza Ferschtman (viool)
Caprice nr 9, opus 1 in E
Niccolò Paganini
Liza Ferschtman (viool)
Fantasie nr 10 in D, TWV 40:23
Georg Philip Telemann
Liza Ferschtman (viool)
Sonate voor viool solo, opus 27 nr 2 ‘Obsession'
Eugène Ysaÿe
Liza Ferschtman (viool)
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan