Arnold Schönberg heeft het strijkkwartet rijk bedacht in zijn oeuvre. Een strijkkwartet naar hem vernoemen is dus geen onlogische actie.
Het is niet eens zozeer de hoeveelheid muziek die Schönberg voor dit geijkte ensemble schreef. Vier genummerde strijkkwartetten, plus nog wat jeugdwerk. Het is vooral de belangrijke plaats die de stukken in zijn oeuvre innemen. Zijn tweede kwartet opent bijvoorbeeld de deur naar de atonaliteit.
In dit concert speelt het Schönberg Kwartet inderdaad kwartetten van Schönberg. Niet het tweede, wel het eerste en het vierde. In het eerste kwartet, uit 1907, zoekt de componist de uiterste grenzen op van de traditionele tonaliteit. Hij heeft nog geen nieuwe taal gevonden, maar probeert binnen de bestaande taal het uitzonderlijke gewoon te maken. De ‘special effects’ van de tonale muziek worden steeds meer de basis, waardoor de muziek spannend maar ook onbestemd klinkt.
In 1936 schrijft Schönberg zijn vierde kwartet. Het zou zijn laatste worden, al kwam er later nog wel een strijktrio. Inmiddels woont Schönberg in de Verenigde Staten. In het fascistische Oostenrijk, dat zich twee jaar later gewillig bij nazi-Duitsland zou voegen, was hij niet meer thuis. In de VS kwam hij ook niet echt op de radar. De meeste musici zagen atonale muziek als een historische vergissing. Schönberg was er de man niet naar om zich daar wat van aan te trekken. Desnoods ging hij alleen door. Hij had de twaalftoonstechniek, die de atonaliteit weer wat structuur moest bieden, intussen zo verfijnd dat hij er alles mee kon wat hij wilde. In het vierde kwartet zit alles wat Schönberg tot Schönberg maakt wonderwel gecondenseerd. Ga er eens rustig voor zitten en laat dit delicate pareltje over u heen komen!