spinner

Programmamaker – Kees Hogenbirk

 

23 jaar The Sound of Movies
door Kees Hogenbirk

Vanaf mijn achttiende verzamel ik filmmuziek, toen ik in een supermarkt in Engeland een heruitgave van John Barry’s Goldfinger op het Sunset-label zag staan, voor £ 1,75. Het was in de zomer van 1977, waarmee, na de aankoop van John Williams’ Jaws, mijn verzameling original motion picture soundtracks begon.
Vanaf de lagere school had ik echter al de vier musicalsoundtracks die mijn ouders in de jaren zestig hadden gekocht, grijs gedraaid. Niet de minste: Porgy and Bess, West Side Story, My Fair Lady en The Sound of Music. Hier was de basis gelegd van mijn liefde voor film en filmmuziek.
Het was dus wel passend dat ik, via een filmrubriek bij radiostation Amsterdam FM in de Salto-studio, terecht kwam bij het filmmuziekprogramma van De Concertzender dat de mooie naam The Sound of Movies draagt. Ik was inmiddels filmjournalist, voor De Filmkrant en het filmmuziekmagazine Score.
Toen ik op 6 oktober 1995 begon met de serie Jazz in de Film kon ik ‘double bills’ programmeren: twee hele soundtracks achter elkaar. Zo was het mogelijk verschillende scores met elkaar te vergelijken, en ook jazzy materiaal naast stukjes muziek in andere stijlen van dezelfde componist te laten staan.
Sinds ik een time slot van één uur heb, zoek ik zoveel mogelijk specifiek jazz-composities van dezelfde componist bij elkaar, liefst uit dezelfde filmscore, uit dezelfde periode of gemaakt voor dezelfde media (film of televisie of, in de toekomst wellicht, video en games).

Àlles is Jazz

Het genre jazz definieer ik hierbij zo ruim mogelijk. Dat komt ten eerste omdat aan de jazz vele stijlen en varianten ten grondslag liggen. Ten tweede vind ik gospel, blues, spiritual, honky-tonk, bluegrass, folk, swing, latin enzovoort leuk ter afwisseling. En ten derde móet het ook wel, omdat er niet zo veel ‘zuivere’ jazzscores bestaan, of door full-time jazzmuzikanten zijn gemaakt. Bij filmmuziek moet je immers noten nauwkeurig in een partituur afmeten en dit kan niet iedereen. Dat Miles Davis zijn hele score bij Ascenseur pour l’Échafaud (1958) op het eerste gezicht ter plekke improviseerde, is overigens ook een broodje aap; alle akkoordenschema’s waren tevoren door hem keurig uitgeschreven.
Pas in de jaren vijftig werd de eerste filmmuziek geschreven die geheel uit pure jazz bestond: A Streetcar Named Desire, de Tennessee Williams-verfilming van Elia Kazan, door de avantgardecomponist Alex North (1951). Vier jaar later volgde componist Elmer Bernsteins The Man with the Golden Arm, met Frank Sinatra als heroïne spuitende drummer. Deze ‘negermuziek’ kwam als een schok de filmwereld binnen, maar oogstte evengoed bewondering van andere musici: beide bovenstaande scores werden genomineerd voor een Oscar – al wonnen ze niet.
De meeste filmcomponisten zijn op het conservatorium opgeleid en beheersen alle richtingen uit de muziekgeschiedenis – en willen die ook gebruiken, wanneer dat bij het onderwerp van de film past. Dit verklaart waarom filmmuziek in het algemeen vaak vele kanten opwaaiert, afhankelijk van couleur locale, periodisering, de toonaard van de vertelling en het karakter van de personages.
Wat ook een rol speelt bij de (niet zo alomtegenwoordige) beschikbaarheid van pure jazzmuziek, is dat deze muziekvorm geen goede naam had in de filmindustrie. De filmproductie, zeker die van de grote studio’s in Hollywood, is er immers per definitie op gericht een zo groot mogelijk publiek te trekken om uit de kosten te komen. Jazz wordt tientallen jaren echter voornamelijk gebruikt ter weergave van drugsverslaving, alcoholisme, fatale vrouwen, privédetectives, sloppenwijken, straatgeweld, politieonderzoek en eenzaamheid. Jazz is in de cinema dus verbonden aan negatieve emoties. Daar luister/kijk je niet voor de lol naar, maar voor de schok.
Als ik me voor de programmering streng aan de definiëring van hot of cool jazz had gehouden, was de serie op De Concertzender begonnen met A Streetcar Named Desire (Marlon Brando die wanhopig “Stellaaaaaaa” schreeuwt) en in dezelfde uitzending geëindigd met Taxi Driver (1976) van Bernard Herrmann (Robert DeNiro die zijn spiegelbeeld uitdaagt: “Are you talking to me?”).

Chronologisch ge-jojo

In de loop der tijd heb ik me bij het verzamelen speciaal gericht op filmjazz, om alles uit de tussenliggende, en de erop volgende jaren, bij elkaar te krijgen. Er ligt nog materiaal voor decennia, met dank aan James Bond (John Barry zette de toon voor een geheel eigen spionageakkoord), de terugkeer van de lounge music (Henry Mancini heeft albums vol gespeeld), de emancipatie van de zwarte muzikant en cineast (Na Quincy Jones volgden, zij het nog niet in grote aantallen, componisten als Herbie Hancock, Terence Blanchard, Marcus Miller of Bill Lee), de revival van de musical (Justin Hurwitz haalde het combo en de bigband terug naar de bioscoop) en de ontwikkeling van de elektronische techniek die, zeker in het begin, vooral afhing van de recycling van samples: remixes waarvoor makkelijk kan worden teruggegrepen op de populaire cultuur. En film is nou eenmaal de populairste cultuur van de twintigste eeuw.
Strikt genomen zou de serie dus Jazzy in de Film moeten heten, maar dan was de mogelijkheid om de vingerafdruk van al die componisten te ontdekken, veel geringer geweest. Daarom nummer ik de uitzendingen op naam van de componisten. Ook zijn er uitzendingen met een bepaald thema, zoals ‘Gefilmde Optredens’ (waarbij jazzmuzikanten zichzelf spelen in het filmverhaal, of in een documentaire) en ‘In Andermans Uitvoering’ (omdat veel filmmuziek zo bekend is geworden dat het standards zijn in de jazzmuziek), ‘Op z’n Frans’ (de Fransen houden van jazz maar voor film doet iedereen te weinig om een complete uitzending te vullen), ‘Jazz-Grootheden’, ‘Zingende Filmsterren’ of ‘Blaxploitation’.
Ik probeer de programmering zoveel mogelijk te doen in chronologische volgorde, maar in de praktijk ontstaat er een jojo-beweging door de tijd, mede aangezien er veel onontdekt historisch materiaal in filmstudio’s wordt teruggevonden dat dan alsnog op prachtige limited editions van gespecialiseerde filmmuzieklabels wordt uitgebracht. Zo komen sommige titels meermalen langs, maar dan wel in extended of remastered version.
Al het materiaal komt van officiële geluidsdragers. Tot nu toe zijn daarmee, van 1996 tot medio 2018, 471 uitzendingen samengesteld, de herhalingen niet meegeteld. In maart 2013 is een nieuwe nummering gestart, met de uitzending ’50 Jaar James Bond’; we komen in deze telling tot uitzending 160; inmiddels zijn er afleveringen gepland tot JidF#184. Oude afleveringen zijn in het Concertzenderarchief terug te luisteren; reacties en suggesties zijn altijd welkom.

Kees Hogenbirk