Search for:
spinner

Gitarist René Thomas, 1926-1975 (2/2)

wo 15 apr 2026
Thema: Jazz

De afsluiter – en finale! – van het tweeluik*) over gitarist René Thomas brengt ons onder meer naar Ronnie Scott’s Jazz Club in Londen. In 1971 zit Thomas daar op het podium naast organist Eddy Louiss, drummer Bernard Lubat, én …Stan Getz. Deze bijzondere, spraakmakende kwartetbezetting heeft slechts een klein jaar bestaan. Getz wilde de groep meenemen naar Amerika, maar dat liep stuk op niet verkregen werkvergunningen.
Het (deels) live album van deze groep, Stan Getz-Dynasty, verscheen in 1971 op Verve. Producer was George Martin. (Inderdaad – die van de Beatles.)

Juni 1970. Stan Getz is in Parijs om een tenniskampioenschap bij te wonen. Op een avond loopt hij de jazzclub Blue Note binnen. “I had been told that jazz in France was dead. (…) I walked in and my mouth fell open.” Enkele maanden later, weer in Parijs, begint hij te repeteren met het trio dat hem zijn mond had doen open vallen: Eddy Louiss, René Thomas, Bernard Lubat. In december 1970 debuteert het kwartet in Le Chat Qui Pêche. Volgt een lange tour, met in Londen de opnamen van Dynasty.

De drie Europese muzikanten waren voor Getz een unusual setting. Dat gold ook voor de setlist: vrijwel alle opgenomen composities kwamen uit Europese breinen en waren nieuw voor Getz. Een ander kenmerk van dit album is de lengte van de stukken. Vijf stukken duren langer dan tien minuten, met 17’08” als uitschieter.

————————————————————

Dum!Dum! (Eddy Louiss)
Alleen al het thema is bijna een stuk op zichzelf. De dynamische wisselingen tussen zacht en sterk; de melodische uitschieter in de sax (waarin we The Sound herkennen); het spannende samenklankenspel met de chromatisch verschuivende dim akkoorden.
Het daarop volgende improvisatiedeel wordt rustig opgebouwd. Drummer Lubat speelt een soft bossa nova ritme en bouwt langzaam uit. Getz houdt zich aan de dynamische kenmerken van het thema. Organist Louiss neemt de bas voor zijn rekening, en houdt zich voorlopig koest. Na Getz improviserend, houdt ook hij de spanningsboog van de compositie in stand. Drummer en gitarist trekken zich gedurende enkele chorussen helemaal terug. Gitarist Thomas voegt halverwege het schema vloeiend en zacht improviserend in.
Het volledige kwartet vlamt in het afsluitende thema nog één keer op.

Ballad for Leo (René Thomas)
Ook hier, en al direct in de vrije tempo intro, verschillen in klanksterkte. Eenmaal in tempo vraag je je af: een ballad? En dat tempo wordt na enkele minuten ook nog eens verdubbeld. Who cares – lekker op stoom. Na Getz is het aan gitarist Thomas. Hij knoopt aan bij de snelheid en dynamiek van Getz. Opvallend: organist Louiss houdt zijn baslijn er in, maar zit Thomas verder niet achter zijn broek met andere klanken. Uitzonderlijk voor een organist. Thomas neemt nu meer tijd. Dat geldt ook voor drummer Lubat. Na zijn drumsolo valt een opvallende stilte van acht seconden – waarin applaus – waarna de intro de afsluiter wordt.

Theme for Emmanuel (René Thomas)
Een stuk met een andersoortig, nu modaal, vehikel. Thomas opent de introductie. Na de uitgebreide opening wordt hetzelfde snelle tempo van het vorige stuk ingezet. Ook een orgelsolo, waarachter meer uitgesproken gitaarbegeleiding. Organist Louiss zit ook minutenlang alléén te werken. Lubat laat horen hoe zacht een drummer kan soleren. Zijn solo vloeit over in de afsluitende intro, die door Thomas nu een octaaf lager wordt ingezet.

Invitation (Bronislaw Kaper)
Niet iedereen zal deze titel en bijbehorende muziek direct herkennen. Toch betreft het een standard die meer dan vijftig maal op de plaat is gezet, ook nog eens door een opvallend brede waaier aan artiesten: John Coltrane, Caterina Valente, The Four Freshmen, Jaco Pastorius… Kapers song was het muzikale thema in de film Invitation uit 1952. Zijn On Green Dolphin Street geniet een bredere bekendheid.
Het thema blijft nogal verborgen onder de improvisatielijnen van Thomas. Het is een duo gitaar/orgel, met de gitarist in de spotlight. Een bijna meditatief intermezzo in dit album – ondanks de snelle figuren van Thomas – met de korte duur van vierenhalve minuut.

Our Kind of Sabi (Eddy Louiss)
Iedereen is er weer bij, in dit uitgebreide finalestuk van ruim 17 minuten.
Zorg voor stilte en concentratie in de laatste vijf minuten.
Een ontroerend einde.

House of Hard Bop – Eric Ineke

In mei start Eric Ineke een  serie met de complete opnamen van het Miles Davis Sextet – met John Coltrane – onder de vlag van 100 jaar Davis & Coltrane.

*) Klik voor de 1e uitzending
Klik voor het bijbehorende Nieuwsbericht