De pianotrio’s van Arensky en Brahms
Het mooie aan een goed geschreven trio is dat elke stem volledig tot zijn recht komt, en Arensky en Brahms slaagden hier beiden al in in hun eerste trio’s.
Arensky valt net tussen twee generaties in, die van Tchaikovsky en van Rachmaninoff. Dit is goed terug te horen in het eerste pianotrio in D klein met de lange romantische melodieën en Russische weemoed.
Brahms was nog maar 21 jaar oud toen hij zijn eerste piano trio in B groot “voltooide”. “Voltooide” want hij zou de rest van zijn leven blijven werken aan dit trio. In deze uitzending de “jeugd” versie uit 1854 waarin al een volwassen Brahms te horen is.
Programmagegevens
Anton Arensky – Pianotrio in D klein. Op. 32. Leonard Pennario, piano. Jascha Heifetz, viool. Gregor Piatigorsky, Cello.
Johannes Brahms – Pianotrio in B groot. Op. 8. Arthur Rubinstein, piano. Jascha Heifetz, viool. Emanuel Feuermann, cello.
William Kroll – Banjo and Fiddle – Jascha Heifetz, viool. Leonard Bay, piano.