Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
Search for:
spinner

Dwarsliggers & Buitenbeentjes

In deze aflevering aandacht voor de tenorsaxofonist Don Byas (1912-1972)

In de periode 1944-1946 staat de tenorsaxofonist Don Byas om de haverklap in de opnamestudio’s: volgens de Amerikaanse onderzoeker Scott Wenzel heeft Don Byas tussen juni 1944 en september 1946 (toen hij voorgoed afreisde naar Europa) meer dan vijf dozijn keer in de studio gestaan, als solist of als sideman. Don Byas was een groot liefhebber van grootspraak, maar in het midden van de jaren veertig had deze 33-jarige rijzende ster zonder een greintje gewetenswroeging “the most recorded tenor-star of the forties” op zijn visitekaartje kunnen zetten.

 

In het najaar van 1945 stond hij vijf keer als aanvoerder van een kwartet in de studio, met een aanstormende Erroll Garner (1921—1971) of een al meer door de wol geverfde Johnny Guarnieri (1917-1985) als pianist.

 

Na de speellijst vindt u nog wat informatie over de twee pianisten die Don Byas in deze 18 stukken als sideman bijstaan.

 

SPEELLIJST

*The Don Byas Quartet

Don Byas (tenorsax), Johnny Guarnieri (piano), Slam Stewart (bas),

J.C.Heard (drums)

#   1.   Laura (David Raksin) (2:46)

#   2.   Star Dust (Hoagy Carmichael-Mitchell Parish (3:01)

#   3.   Slam, Don’t Shake Like That (Don Byas-Slam Stewart) (3:00)

#   4.   Dark Eyes (trad) (3:00)

Opname: NYC, 6 september 1945; label: American Records

 

**The Don Byas Quartet

Don Byas (tenorsax), Johnny Guarnieri (piano), Al Hall (bas), Sid

Catlett (drums)

#   5.   Embraceable You (George & Ira Gershwin) (3:00)

#   6.   The Sheik Of Araby (Ted Snyder-Harry Smith & Francis heeler)

Opname: NYC, 12 september 1945; label: Super Disc

 

***Don Byas Quartet

Don Byas (tenorsax), Erroll Garner (piano), Slam Stewart (bas), Doc

West (drums)

#   7.   Three O’Clock In The Morning (Julian Robledo) (2:58)

#   8.   One O’Clock Jump (Count Basie) (2:44)

#   9.   Harvard Blues (George Frazier-Tab Smith-Count Basie) (3:06)

# 10.   Slam-In’ Around (Don Byas) (2:43)

Opname: NYC, 30 augustus 1945; label: Super Disc

 

****Don Byas All Star Quartet

Don Byas (tenorsax), Johnny Guarnieri (piano, celesta), Eddie

Safranski (bas), J.C.Heard (drums)

# 11.   Once In A While (Michael Edwards-Bud Green) (3:22)

# 12.   Avalon (Vincent Rose-B.G. DeSylva-Al Jolson) (3:08)

# 13.   Blue And Sentimental (Count Basie-Mack David-Jerry

Livingston) (3:17)

# 14.   My Melancholy Baby (George A. Norton-Maybelle Watson-

Ernie Burnett) (3:06)

Opname: NYC, 3 oktober 1945; label: Jamboree

 

*****Don Byas Quartet

Don Byas (tenorsax), Erroll Garner (piano), Slam Stewart (bas), Doc

West (drums)

# 15.   Humoresque (Anton Dvorak) (2:52)

# 16.   Wrap Your Troubles In Dreams (Koehler-Barris-Moll) (3:01)

# 17.   Smoke Gets In Your Eyes (O.Harbach-J.Kern) (2:50)

# 18.   Slamboree (Stewart-Byas-Garner-West) (3:00)

Opname: NYC, 1 november 1945; label: Arista

 

Bron: Classic Don Byas Sessions 1944—1946 (10 CD Box), Mosaic Records (uitgebracht in 2023)

                                                              *****

 

TWEE CONTRASTERENDE PIANISTEN: GARNER EN GUARNIERI

De beide pianisten die de ritmesectie bemannen in de bovenstaande 18 stukken door het Don Byas kwartet vertonen een heel verschillende aanpak.  Johnny Guarnieri kan zichzelf moeiteloos wegcijferen en speelt (meestal) een natuurlijke rol van steun en toeverlaat binnen een ensemble, terwijl hij solistisch ook enorm veel in zijn mars heeft. Johnny Guarnieri heeft enige tijd een klassieke opleiding gevolgd om vervolgens in de ban van de grote swing-pianisten te geraken, terwijl Erroll Garner nooit les heeft gehad en zich het pianospel op eigen kracht heeft aangeleerd. Al in zijn vroegste opnames hoor je dat Erroll Garner, met zijn robuuste, monumentale stijl meer een epaterende solist dan een dienstbare begeleider is.  Uiteindelijk zou Erroll Garner meer dan vijfentwintig jaar lang als een superster over de wereld reizen, terwijl de ster van Johnny Guarnieri na de jaren vijftig begon te doven en hij uiteindelijk als een bar-pianist in zijn onderhoud moest voorzien.

 

ERROLL GARNER IS GEEN GEBOREN BEGELEIDER

Erroll Garner ging in zijn geboortestad Pittsburgh aanvankelijk als wonderkind door het leven: op zijn tiende was hij al te horen via een plaatselijk radiostation. Hoewel hij een pure autodidact was, en ook de kunst van het noten lezen nooit onder de knie heeft gekregen, draaide hij vanaf zijn 16de jaar moeiteloos mee in de bands die Pittsburgh en omstreken van jazz voorzagen. Uit die periode zijn overigens geen geluidsdragers met Erroll Garner bekend.

In het najaar van 1944 ging de 23-jarige pianist uit Pittsburgh zijn geluk in NYC beproeven. Nadat hij aanvankelijk ook nog wel rollen als sideman vervulde — bij voorbeeld bij de saxofonisten Lucky Thompson, Don Byas, Charlie Parker, Wardell Gray, Coleman Hawkins en Teddy Edwards — begon hij zich in de tweede helft van de jaren veertig steeds onverbiddelijker als een pure solo-pianist of als leider van zijn eigen trio te manifesteren. Met een zeer herkenbare monumentale eigen stijl: terwijl hij met zijn linkerhand robuuste akkoorden tevoorschijn timmert creëert hij met de razendsnelle vingers van zijn rechterhand dwarse akkoorden-flitsen of sierlijke single note-slingers, die vaak bizar of willekeurig aandoen maar uiteindelijk altijd in een grotere geïmproviseerde architectonische structuur blijken te passen. Hij zou al snel een van de populairste jazzmuzikanten aller tijden worden, zonder dat hij zijn optredens optuigde met zouteloze liedjes of flauwe grappen. Zijn album Concert by the Sea (1955) is zeventig jaar na dato nog altijd een van de bestverkochte jazzplaten aller tijden.

Richard Cook haalt de pianist Jimmy Rowles (1918-1996) aan om Erroll Garner te karakteriseren: “His friend Jimmy Rowles called him “Ork”, in tribute to the way he made the piano sound like a full orchestra.”

 

JOHNNY GUARNIERI : VRIJWEL VERGETEN VIRTUOOS

De in New York City geboren Johnny Guarnieri (ondanks de extra i in zijn achternaam wordt hij in de naslagwerken opgevoerd als telg van het geslacht van de wereldberoemde vioolbouwers uit Cremona) volgt eerst een klassieke opleiding maar verlegt zijn koers nadat hij in contact is gekomen met Art Tatum, James P. Johnson en Willie “the Lion” Smith. Vervolgens raakt hij ook gecharmeerd van de stijl van de immer goedgemutste Fats Waller.  In 1939 volgt hij Fletcher Henderson op als pianist in het sextet en het orkest van Benny Goodman. Daarna maakt hij deel uit van de band van Artie Shaw, en speelt hij klavecimbel in The Gramercy Five, een kwintet o.l.v. die zelfde Artie Shaw. In 1942/43 speelt hij ruim een jaar bij de band van Jimmy Dorsey. Hij is ook regelmatig te vinden in het gezelschap van muzikanten die proberen om een hele nieuwe stijl van de grond te krijgen: onder wie de drummer Kenny Clarke en de gitarist Charlie Christian.

Met zijn grote akkoordenkennis en zijn lichtvoetige pianospel, dat echter nooit helemaal loskomt van de oempa oempa-linkerhand terwijl zijn razendsnelle  rechterhand uitzonderlijk elegante parelende improvisaties voortbrengt die volledig aan de zwaartekracht zijn ontstegen, wordt Johnny Guarnieri een veelgevraagde sideman in dezelfde periode waarin ook Don Byas een overvolle agenda heeft. Coryfeeën als Lester Young, Roy Eldridge, Ben Webster, Cozy Cole, Coleman Hawkins, Rex Stewart, Slam Stewart, Ike Quebec en Louis Armstrong hebben de flexibele klavierleeuw (met de opmerkelijk kleine handen!) er maar wat graag bij in hun ritmesecties.

Eerlijk gezegd viel het begeleidingswerk van Johnny Guarnieri in het vierde blokje stukken (de session met de bassist Eddie Safranski en de drummer J.C.Heard) mij en beetje tegen. Hij begeleidt hier niet op zijn gebruikelijke fijnzinnige wijze en maakt ook als solist voortdurend een nogal recalcitrante indruk. Misschien is Guarnieri met zijn verkeerde been uit bed gestapt of heeft hij vlak voor de opname een woordenwisseling met de nogal heethoofdige Don Byas gehad (over het repertoire, het tempo, de gage) of misschien was hij bij wijze van hoge uitzondering niet gedisponeerd? Het doet nauwelijks af aan het niveau van de drie andere muzikanten. En eigenlijk is het wel intrigerend en amusant hoe de grote Johnny Guarnieri hier een beetje uit de bocht vliegt.

 

ZWANENZANG IN VINEYARD THEATRE

Volgens Leonard Feather (Encyclopedia of Jazz) was Johnny Guarnieri vanaf 1943 “one of the most recorded artists in jazz, making hundreds of sessions with every type of group. Later he settled into radio and TV staff work with NBC. Led his own quartet on various shows, also appeared on Art Ford’s Jazz Party. (…) As a member of ASCAP he has composed more than 3500 (!) selections of all types short of rock ‘n roll.”

Ondanks zijn indrukwekkende techniek, zijn virtuositeit als solopianist en zijn inlevingsvermogen in een begeleidende rol  heeft zijn carrière nooit de vlucht genomen die veel insiders na de oorlog voor hem zagen weggelegd. Vergeleken met de faam die generatiegenoten als Thelonious Monk, Oscar Peterson, George Shearing, Erroll Garner en Dave Brubeck vergaarden, is Johnny Guarnieri uiteindelijk blijven hangen in een weinig lucratief connaisseurs-circuit: af en toe een korte tournee of een paar open lucht-optredens op een zomerfestival, een Europese tournee onder auspiciën van het Parijse Black & Blue label, gast-docentschappen, hier en daar een masterclass en incidenteel lid van een groep met zielsverwante collega’s die een onderbetaald engagement van een week moeten afwerken in een morsige jazz-club met een vleugel die een half jaar geleden voor het laatst door een stemmer is beroerd.

Aan het begin van de jaren zestig streek Johnny Guarnieri neer aan de west kust. Hier werd hij in staat gesteld om voor een paar obscure labels af en toe een plaat op te nemen, hij bouwde een kring op van enthousiaste en toegewijde leerlingen en om de “extensive family hospital bills” te kunnen betalen zag hij zich gedwongen om ook nog het vernederende beroep van “house pianist” uit te oefenen, “first at the Hollywood Plaza Hotel and then at The Tail Of The Cock, a restaurant on Ventura Boulevard, Los Angeles. Night after night he played at a Hollywood-stile piano-bar, tailoring his playing to suit the needs of the clientele who, too often, were there to be seen and heard rather than to listen.” (zoals The Guinness Who’s Who of Jazz  van 1992 het formuleert).

Uiteindelijk is Johnny Guarnieri in het harnas gestorven: tijdens een uitverkocht zondagmiddag concert op 6 januari 1985 in het Vineyard Theatre (East 26th Street, NYC) heeft hij het tot de pauze volgehouden, maar na opname in het Saint Barnabas ziekenhuis in Livingston, N.J., is hij daar op 7 januari 1985 overleden, 67 jaar oud.

 

*****

 

Samenstelling & presentatie:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan