spinner

Bijdetijds

De twintigste eeuw was, onder veel meer, de eeuw van het communisme. Veel componisten hebben in de geest van dit politieke systeem muziek willen schrijven. Wat men onder communistische muziek verstond, varieerde echter naar land, tijdperk en persoon.

 

De meeste communistische muziek vinden we uiteraard in het Oostblok, waar de overheid dit oplegde. Aanvankelijk stond communistische kunst voor vrijheid en experiment, maar onder Stalin keerde dat beleid radicaal om: kunst moest vooral begrijpelijk zijn voor de arbeiders. We kennen allemaal de strijd die Sjostakovitsj hiermee te leveren had. Ook de minder bekende Gavriil Popov had met dit dilemma te maken. Zijn radicale Eerste symfonie moest hij kort na de première terugtrekken. In Popovs Zesde symfonie uit 1969 is duidelijk te horen hoe de partijlijn zijn muziek aan banden heeft gelegd. Toch klinkt de dissonante strijdbaarheid van de eerdere kunst er nog altijd in door.

 

Gavril Popov. Een deel van de zesde symfonie.
Het  USSR Radio Symfonieorkest olv. Edvard Tsjivzjel 

Peter Schat. On Escalation voor blazers, slagwerk en strijkkwartet.
Het Nederlands Blazersensemble en Slagwerkgroep Amsterdam

Cornelius Cardew, pf in 3 stukken van Cornelius Cardew: The croppy boy, Father Murphy en Charge.

Luigi Nono. Sofferte onde serene uitgevoerd door Markus Hinterhäuder, pianoforte.

 

Samenstelling: