Tags: 100 jaar Miles Davis en John Coltrane | Free jazz | Spiritual jazz
Vandaag: Pharoah Sanders plays the music of John Coltrane (deel 1)
Little Rock (geboorteplaats van Pharoah Sanders) zorgt in 1957 voor wereldnieuws
De hoofdstad van Arkansas, Little Rock, telt in 1960 108.000 inwoners, een toename van 6000 inwoners ten opzichte van 1950. Maar ook met 108.000 inwoners is het nog altijd een kleine stad. In 1957 werd Little Rock desalniettemin wereldnieuws, toen de Little Rock Nine (zes meisjes en drie jongens van Afro-Amerikaanse herkomst, die gemiddeld 15 jaar oud waren), de high school waar zij zich voor het nieuwe schooljaar hadden ingeschreven wilden binnengaan. Daar werd door een scheldende en tierende meute met een witte en roze huidskleur een stokje voor gestoken […] vervolg achtergrondverhaal onder de playlist.
Speellijst
Pharoah Sanders (tenorsax) William Henderson (piano) John Heard (bas) Idris Muhammad (drums)
# 1. Olé (John Coltrane) (22:13)
# 2. Naima (John Coltrane) (7:28)
Opname: Keystone Korner, San Francisco, 23 januari 1982; CD: Pharoah Sanders: Heart is a Melody; label: Evidence, 1993
Pharoah Sanders (tenorsax) William S. Henderson III (acoustic piano) Donald Smith (electric piano) Tarik Shah (bas) Greg Banoy (drums)
# 3. Equinox (John Coltrane) (9:25)
Opname: NYC, 13 juli 1987; CD: Pharoah Sanders: Oh Lord, let me do no wrong; label: Signature/CBS special Products, 1989
Pharoah Sanders (tenorsax, diverse instrumenten) William Henderson
(piano, Kurzweil synthesizer) John Hicks (piano) Alvin Queen (drums)
# 4. After The Rain (John Coltrane) (6:34) (Sanders + Hicks)
# 5. Living Space (John Coltrane) (4:32) (Sanders + Henderson + Queen)
Opname: #4: Frankfurt, februari 1986; #5: San Francisco, september 1987; CD: Pharoah Sanders: A Prayer Before Dawn; label: Theresa Records, 1989
Pharoah Sanders (tenorsax) John Hicks (piano) Curtis Lundy (bas) Idrid Muhammed (drums)
# 6. Naima (John Coltrane) (5:26)
Opname: Studio 44, Monster, 11 maart 1987; CD: Sanders (+ Hicks + Lundy + Muhammed) : Africa; label: Timeless, 1988
Vervolg achtergrondverhaal
De gouverneur van Arkansas, Orval Faubus, lid van de Democratische partij, legde de intimiderende menigte geen strobreed in de weg en weigerde om te handelen in de geest van de nieuwe wetgeving. Uiteindelijk ging president Eisenhower (vertegenwoordiger van de Republikeinse partij!) over tot de inzet van federale troepen om de Little Rock Nine op de schoolbanken te krijgen van de Central High School. Ik herinner me nog levendig dat de kranten die wij thuis lazen, Het Parool, Trouw en de N.R.C., uitgebreid rapporteerden over de woelingen in Little Rock. Als prille jazzliefhebber (per definitie ook geïnteresseerd in de geschiedenis van de V.S.) en als leeftijdgenoot van de negen burgerrechten-strijders in Little Rock voelde ik mij hevig betrokken bij hun onvoorstelbaar dappere gedrag.
De activistische Charles Mingus was er als de kippen bij om dit staaltje Amerikaanse onderwijsgeschiedenis vast te leggen in zijn vernietigende hekeldicht Fables of Faubus. De bovenbazen van Columbia Records maakten echter bezwaar tegen de tekst zodat op de l.p. Mingus Ah Um wel de muziek maar niet de lyrics van Fables of Faubus waren te horen. Pas op de plaat Charles Mingus Presents Charles Mingus (1960), voor het door Nat Hentoff geleide Candid label, was de tekst te horen. Om auteursrechtelijke problemen met Columbia te voorkomen was de titel van de protest song veranderd in Original Faubus Fables.
Telg van Little Rock gaat geschiedenis schrijven in The Big Apple
Ondertussen was de 17-jarige Ferrell Sanders (geboren op 13 oktober 1940 in Little Rock) druk bezig met zijn studie aan de zwarte Scipio A. Jones High School. In het schoolorkest speelde hij aanvankelijk klarinet, daarna altsax om vervolgens over te stappen op de tenorsax. Toen de dirigent van het orkest, Jimmy Cannon, plotseling opstapte mocht Ferrell Sanders tijdelijk de scepter zwaaien over het orkest. Verder was het natuurlijk handig dat Little Rock een pleisterplaats was voor veel jazz en rhythm & blues bands die op tournee waren tussen Memphis (Tennessee) en de toeristenplaats Hot Springs in Arkansas (90 kilometer verwijderd van Little Rock). In de talloze hotels, danszalen en clubs was er toen nog volop levende muziek te horen. Als remplaçant of als deelnemer aan jamsessions stond de gretige Ferrell altijd vooraan.
Nadat hij uit Little Rock was vertrokken om in te trekken bij familieleden in Oakland (Californië) speelde hij in avant-gardistische jazzgroepen en rhythm & blues-bands. In de San Francisco Bay Area verwierf hij met zijn stevige, blues georiënteerde spel al snel de bijnaam “Little Rock”. Nadat hij de overstap had gemaakt naar New York leidde hij daar aanvankelijk het leven van een dakloze; hij sliep onder bruggen en in subway tunnels, en zelfs moest hij af en toe zijn instrument naar de lommerd brengen om voedsel te kunnen kopen. Maar met zijn onloochenbare talent trok hij de aandacht van Sun Ra, Billy Higgins en Don Cherry. Na zijn eerste l.p. op het ESP-label en hem live gehoord te hebben met een eigen groep vond Coltrane “Little Rock” interessant genoeg om mee te doen aan Ascension (juni 1965), in een gezelschap van gevestigde coryfeeën en aanstormende talenten. Sindsdien is hij te vinden op bijna alle platen —zo’n dozijn Impulse-titels — die Coltrane tot vlak voor zijn vroege overlijden (17 juli 1967) heeft gemaakt. In die twee jaar in het gezelschap van John Coltrane heeft Sanders zich vooral bekwaamd in de kunst van het loeien en brullen, gillen en krijsen, waarbij hij de indruk wekte zijn saxofoon te willen demonteren.
Richard Cook: Pharoah Sanders gaat te ver
De Engelse criticus Richard Cook, auteur van onder meer de Jazz Encyclopedia (2005), heeft zo zijn bedenkingen bij de aanpak van Pharoah Sanders op die reeks late Coltrane platen: “ He cut his debut, Pharoah’s First, for ESP in 1965 (N.B.: september 1964), and by this time he was already involved in what proved to be John Coltrane’s final group, pairing Trane in the front line and taking a more hysterical trajectory than even the leader would have countenanced: shrieking, howling lines that cared little for the niceties of pitch and clarity.”
Ondertussen had de artistiek directeur van Impulse, Bob Thiele, ook een contract met Pharoah Sanders afgesloten, en op die reeks platen tapte hij uit een heel ander vaatje. Nadat zijn eersteling, Tauhid (1967), het aardig had gedaan stond hij tussen 1969 en 1973 maar liefst tien keer in de studio om Impulse titels vast te leggen: Karma, Jewels of Thought, Summun Bukmun Umyam-Deaf Dumb Blind, Thembi, Black Unity, Village of the Pharoahs, Live at the East, Wisdom through Music, Love in us all en Elevation.
Een groot deel van die albums was gebaseerd op lofzangen op een Opperwezen, wierook, gejodel, kralen, piccolo’s, beltrommels, schellenkransen en overvloedige doses marihuana. De composities dragen namen als: Let Us Go Into The House of the Lord, Hum-Allah-Hum-Allah-Hum-Allah, Astral Traveling, Love, Morning Prayer, Healing Song, Love is Everywhere, Spiritual Blessing en Selflessness. Misschien wel de grootste hit van Pharoah Sanders, The Creator Has A Masterplan (gezongen door Leon Thomas) is te vinden op zijn tweede Impulse plaat Karma.
Opmerkelijk genoeg bevat geen enkele Impulse-plaat van Pharoah Sanders een titel van John Coltrane.
De beltrommels en de schellenkransen beginnen te verstommen, de weedlucht trekt op
Toen de weedlucht begon op te trekken, zo aan het eind van de jaren zeventig, kwam Sanders weer bij zinnen: hij ontpopte zich als een zelfverzekerde post bop-saxofonist met een hang naar ballads uit de schatkamer van de grote Amerikaanse songschrijvers. Op een stuk of tien platen uit de Theresa en Timeless catalogus kunnen we genieten van het weergaloze, loepzuivere spel waarmee Pharoah Sanders die ballads neerzet en op een speelse manier uitwerkt. Grappig genoeg zijn het vaak ballads die we ook kennen uit het oeuvre van John Coltrane: Say it over and over again, You don’t know what love is, All or nothing at all, Nancy with the laughing face, My one and only love en I want to talk about you.
Maar Sanders vraagt gelukkig ook aandacht voor de composities die Coltrane zelf heeft geschreven. In de uitzending van vandaag komen er vijf aan bod: Olé (uit 1961), twee versies van Naima (voor het eerst verschenen op de l.p. Giant Steps uit 1959), Equinox (te vinden op Coltrane’s Sound uit 1960), After the rain (op het album Impressions uit 1963) en Living Space (een compositie uit 1965).
In november 2017 trad Sanders op in de grote zaal van Tivoli Vredenburg. Op zijn 77ste wist hij de stampvolle zaal nog plat te spelen. Ogenschijnlijk moeiteloos, maar de echte kenners wisten genoeg: dit was de laatste keer dat ze Pharoah Sanders in de weer zouden zien, hij maakte een broze indruk, ondanks zijn overweldigende showmanship. Op 24 september 2022 zou hij in zijn woonplaats Los Angeles overlijden, bijna 82 jaar oud.