De veelzijdige Bing Crosby. Voor de meeste oren belichaamt hij een brave, relaxte manier van zingen en is hij het vleesgeworden Kerstnummer.
Toch was er ook een geheel andere Bing Crosby.
In z’n oertijd was hij naast gokker en drinkebroer ook een innovatieve zanger die met inventief gebruik van de microfoon wegbereider was voor de crooners van de ‘Roaring Twenties’. En voor latere idolen als Frank Sinatra, Dean Martin, Perry Como – en in wezen voor iedere weldenkende zanger na hem.
Na jaren van toenemende braafheid keerde hij in 1956 terug naar z’n avontuurlijke vocale roots met het album ‘Bing sings whilst Bregman swings’.
We gaan in dit Paleis kris-kras door de loopbaan van Crosby (ook te horen met The Mills Brothers, Connee Boswell, Louis Armstrong, The Andrews Sisters, zoon Gary, Rosemary Clooney, Al Jolson, Bix Beiderbecke, Judy Garland, Bob Hope en Sinatra).
Een uur lang: de vocale revolutie van ‘Bingo from Bingville’.
