Wat had Mozart in Mannheim te zoeken? Heel veel.
Vandaag nemen we even een keertje geen muziek van Mozart, maar van zijn tijdgenoten. Wat mag voor die onderbreking de reden zijn? Natuurlijk houden we van afwisseling, en er waren in de klassieke tijd meer goede tot voortreffelijke componisten. Maar de voornaamste aanleiding is een andere.
Mozart (want om hem draait het toch weer) kwam op 30 oktober 1777 in Mannheim aan, en ging er pas op 14 maart van het volgende jaar weer weg. Want, weet u nog wel, hij was steeds nadrukkelijker op zoek naar een betere betrekking dan dat baantje in Salzburg. In Mannheim zat het beste orkest ter wereld: het beroemde “leger van generaals” waarin zowat elke musicus een virtuoos was, waarin samenspel tot een kunst werd verheven die tot dan toe nergens had bestaan, en waar veel van de orkestmusici ook nog eens zeer bekwame componisten waren!
Het tekent Mozarts zelfvertrouwen dat hij hier open solliciteerde. Maar zoals altijd stond hij ook open voor de dingen die hij kon leren. De beroemde orkesttechnieken van de Mannheimers leerde hij hier van dichtbij kennen, en ook zijn latere liefde voor de klarinet – die in Wenen tot grootste daden zou leiden – lijkt hier gestalte te hebben gekregen. Ook de Mannheimers waren namelijk gek op dit instrument, en schreven er bij de vleet concerten voor.
Dit programma opent met een concert voor de bassethoorn – een wat groter lid van de klarinetfamilie. Het is geschreven door Carl Stamitz, een van de voornaamste componisten van de Mannheimer school. Hij was echter niet de kapelmeester van het orkest. Die eer viel te beurt aan Christian Cannabich. Zijn specialiteit in Mannheim was de symfonie, waarvan hij er tientallen heeft geschreven. Natuurlijk ontbreekt hij niet in ons programma.
Er werd in Mannheim zeker niet alleen orkestmuziek gemaakt. Tenslotte wilden de virtuozen uit het orkest ook weleens solo schitteren en niet alleen maar wegduiken in hun rol als ensemblelid. Een sextet voor drie strijkers en drie blazers van Carl Toeschi toont hoe ver de Mannheimers ook hierin al waren.
Toen Mozart in Mannheim verbleef, ging daar net een opera in première: Günther von Schwarzenburg van Ignaz Holzbauer. Tegenwoordig erkend als laat meesterwerk van deze oude Mannheimer, en ook door Mozart sterk bewonderd. Zijn bewondering gold niet voor de tekst; die was in zijn ogen “zulke mooie muziek niet waard.”
We hebben in een andere uitzending ook al eens muziek uit deze opera laten horen. Vandaag hoort u twee aria’s uit een opname rond 1960, met Fritz Wunderlich in de titelrol. Het is vrij uitzonderlijk dat er toen al muziek van Mozarts onbekende tijdgenoten op de plaat werd gezet. Alleen al die durf en dat pionierswerk zijn onze bewondering waard; vandaar dat we graag die versie laten horen.
Afspeellijst
1. Carl Stamitz – Bassethoornconcert in Bes
2. Christian Cannabich – Symfonie nr. 55 in C
3. Carl Toeschi – Sextet in Bes
4. Ignaz Holzbauer – “Schönster Sohn des Himmels” (uit Günther von Schwarzenburg)
5. Ignaz Holzbauer – “O König! Deine Hand ist für mein Wort” (uit Günther von Schwarzenburg)
Uitvoerenden
Kurpfälzisches Kammerorchester o.l.v. Jiři Malát; Karl Schlechta (bassethoorn) (1)
Freiburger Barockorchester o.l.v. Gottfried von der Goltz (2, 3)
SWR Rundfunkorchester Kaiserslautern o.l.v. Emmerich Smola; Fritz Wunderlich (tenor) (4, 5)
