The Jazz Connection | Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer
logo
Search for:
spinner

The Jazz Connection

DE KOORKNAPEN VAN ODEAN POPE VERDRIJVEN MET ORKAANKRACHT APATHIE EN MOEDELOOSHEID OP DE JAZZ MARATHON VAN 1980

In het programma The Jazz Connection zijn we toegekomen aan de zevende editie van de Jazz Marathon, een festival dat bijna uitsluitend aandacht pleegt te besteden aan de nieuwste stromingen in de internationale jazzwereld. Die zevende editie van de Jazz Marathon heeft plaats in het pinksterweekend van 1980, op 23, 24 en 25 mei; plaats van handeling: Cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen.

Overigens was de programmeringscommissie van de Jazz Marathon er niet in geslaagd om een of meer Nederlandse groepen te vinden, die interessant genoeg waren om op het affiche van de Marathon 1980 te prijken. In de Marathon-brochure zet de programmeringscommissie breedvoerig uiteen dat ze graag het Instant Composers Pool Orkest, of het duo Misja Mengelberg-Han Bennink of desnoods Han Bennink in zijn eentje naar Groningen hadden gehaald. Maar die vlieger ging niet op, omdat er verplichtingen waren in Italië. Vervolgens heeft de commissie het Handboek Jazz & Geïmproviseerde Muziek in Nederland alsmede twee jaargangen van Jazz Nu nagevlooid. Letterlijk alle mogelijkheden weden overwogen en verworpen. Of de groep was de laatste maanden nog in Groningen te horen geweest, in Jazzhuis De Spieghel, of het niveau van de betreffende groep kon geen genade vinden in de kritische ogen van de werkgroep, of de act was nog te pril om nu al voor de leeuwen te worden geworpen.  Louter Amerikanen dus, nu.  En met die conclusie was de werkgroep helemaal niet ongelukkig, want nu werd er recht gedaan aan een van de beleidsdoelstellingen van de werkgroep: “er diende meer eenheid te komen in de programmering”.  Mijn conclusie: “Hoe krijg je het verzonnen!”.   

Aan het slot van deze beleidsexplicatie staat een buitengewoon drieste voorspelling: “in kwalitatief opzicht wordt dit de beste Jazz Marathon tot dusver.”

 

EEN AFFICHE MET LOUTER AMERIKAANSE FREE JAZZ-BEOEFENAARS

 

De vrijdagavond van de Jazz Marathon is ook in 1980 ingeruimd voor meer traditionele muziek, in dit geval een double bill met bluesmuzikanten: David “Honeyboy” Edwards en Eddie Shaw and the Wolf Gang.

Op de tweede dag van de Jazz Marathon 1980 draafden de volgende groepen op:

 Art Ensemble of Chicago

Clovis Bordeaux

Ray Anderson Quartet

Kahil El Zabar and the Ethnic Heritage Ensemble

James Blood Ulmer Quartet (met een zwaar tegenvallende David Murray)

 

 

Op de slot-dag van de Jazz Marathon 1980 , Eerste Pinksterdag, kon je achtereenvolgens bewonderen:

Het GroningerWorkshop Orkest o.l.v. Alan Laurillard

John Lindberg Quartet

Rozie Brothers Trio

Idris Ackamoor Quartet

BillyBang/Butch Morris Ensemble

en als laatste groep noem ik de band die het publiek opgetogen de nacht in stuurde: 

The Odean Pope Saxophone Choir

 

DE CRITICI WAREN ERG KRITISCH

 

De critici waren het over het algemeen roerend met elkaar eens: de bluesavond met Honeyboy Edwards en Eddie Shaw kon er mee door, maar verder was het niet veel soeps dat de Amerikaanse avant-gardisten het door de wol geverfde Marathon-publiek durfden voor te zetten. De critici signaleerden slechts twee hoogtepunten: aan het begin van de zaterdagmiddag  maakte het overbekende Art Ensemble of Chicago met zijn beproefde vedettes —Lester Bowie (trompet), Joseph Jarman, Roscoe Mitchell (saxofoons), Malachi Favors (bas), Don Moye (drums)–zijn glanzende reputatie voor de zoveelste keer volledig waar, en gelukkig werd de zondag afgesloten door een spektakelband die alle kwade dampen, moedeloosheid en frustratie met orkaankracht uit de Oosterpoort verdreef.

Frits Lagerwerff schreef in Trouw dat hij na al die zwak opererende, weinig samenhang vertonende bandjes de moed al bijna had opgegeven, toen daar opeens het Saxofoonkoor van Odean Pope aantrad: “ Een sensatie, deze combinatie van acht saxofoons en piano-bas-drums. Prachtige arrangementen, een bijna vergeten collectieve vitaliteit, ritmische verrassingen en kokende soli deden de vlam in de pan slaan.”  Over de aanvoerder van deze koorknapen schrijft Lagerwerff: “Ook was daar Pope zelf, die na Albert Ayler de vrije bluesstijl nieuw leven lijkt in te blazen, met complex saxspel, een overtuigende sensualiteit, een fraai sonoor geluid in extreme registers en het nodige speelplezier.”

Ter herinnering aan het overdonderende optreden op die Jazz Marathon van 1980 laat ik in totaal tien stukken horen: twee stukken zijn afkomstig van de eerste CD van het Saxofoonkoor (The Saxophone Shop), uit 1985, terwijl de resterende acht stukken voorkomen op de tweede CD (The Ponderer), uit 1990. 

 

Als je goed luistert hoor je een duidelijk verschil tussen de beide saxofoonkoren: 

het koor van 1985 telt 8 saxofonisten, terwijl het koor van 1990 er 9 telt, maar dat is slechts een detail. Het cruciale verschil wordt veroorzaakt door de toetreding van een extra bassist in de ritmesectie: de oudgediende elektrische bassist Gerald Veasley wordt voortaan bijgestaan door de contrabassist Tyrone Brown(1940).  En laat dat nou een bassist zijn, die met zijn akoestische bas ook heel bedreven is in het oproepen van donder en bliksem.

Het is frappant om te horen hoe de band dankzij de komst van Tyrone Brown een veel  diepere sound heeft gekregen, veel vrijer en gelaagder is gaan klinken; ook de ritmische complexiteit is veel groter is geworden.

Overigens kreeg het klapstuk van de Jazz Marathon van 1980 niet alle critici mee: zo kwam Frans van Leeuwen van de N.R.C. wel heel erg zuur uit de hoek: “Odean Popes demonstraties in circulair ademhalen, rock jazz-arrangementen à la het VARA Dansorkest, het zeer lang aanhouden van hoge noten, een geschifte solo van de basgitarist (overigens niemand minder dan Gerald Veasley; P.S.),  het ging er in als zoete koek. Het meeste enthousiasme verwekten de spectaculaire drumbijdragen van Cornell Rochester (…).” 

Natuurlijk heeft het saxofoonkoor op het podium van de Oosterpoort wat rauwer en primitiever geklonken dan in de opnamestudio;  zoals dat ook bij Jazz at the Philharmonic-concerten de gewoonte was zullen de wetten van de goede smaak  door deze jeugdige lefgozers van het Saxofoonkoor zijn overtreden, maar ik hoor toch vooral een concept waarvoor ik veel bewondering blijf opbrengen; een prachtige versmelting van invloeden van John Coltrane, Duke Ellington, Charles Mingus, Albert Ayler en het World Saxophone Quartet. Allemaal terug te horen in het blokje van vier stukken waarmee we dit programma besluiten.

 

 

                                                             ****

 

DE SPEELLIJST

 

The Odean Pope Saxophone Choir: The Saxophone Shop (Soul Note CD, 1985)

Bezetting: Julian Pressley, Sam Reed, Robert Landham (altsaxofoon), Odean Pope (leader), Bootsie Barnes, Bob Howell, Arthur Daniel (tenorsaxofoon), Joe Sudler (baritonsaxofoon), Eddie Green (piano), Gerald Veasley (bas), Dave Gibson (drums)

 

Track 1.     The Saxophone Shop (Odean Pope)  (3:54)

Track 2.     Cis (Odean Pope)  (6:34)

 

Arrangementen: Odean Pope

 

Opgenomen: 30 september en 1 oktober 1985, Platinum Factory, Brooklyn, N.Y.

 

 

 

 

 

 

 

The Odean Pope Saxophone Choir:The Ponderer (Soul Note CD, 1990)

Bezetting: Julian Pressley, Sam Reed, Byard Lancaster (altsaxofoon), Odean Pope (leider, solist), Bob Howell, Glenn Guidone, Middy Middleton, John Simon  (tenorsaxofoon), Joe Sudler (baritonsaxofoon), Eddie Green (piano), Tyrone Brown (contrabas), Gerald Veasley (elektrische bas), Cornell Rochester (drums)

 

Track   3.     Overture (Odean Pope)  (6:10)

Track   4.     I Wish I Knew (Harry Warren & Mack Gordon)  (1:56)

Track   5.     Out For A Walk – Part One (Odean Pope)  (3:34)

Track   6.     Out For A Walk – Part Two (Odean Pope)  (3:43)

Track   7.     The Ponderer (Odean Pope)  (9:11)

Track   8.     Little M’s Lady (Eddie Green & Morris Bailey)  (5:32)

Track   9.     One For Bubba (Eddie Green)  (5:16)

Track 10.     Phrygian Love Theme (Odean Pope)  (10:21)

Arrangementen: Odean Pope

 

Opgenomen: 12 maart 1990, Platinum Factory, Brooklyn, N.Y.

 

                                                          ******

 

DE  ENSEMBLES VAN DE MARATHON 1980 OP EEN RIJTJE

 

Vrijdag 23 mei 1980 vanaf 20.15 uur

***David Honeyboy Edwards—gitaar, zang

***Eddie Shaw and the Wolf Gang: Eddie Shaw—saxofoon, zang, Eddie Shaw Jr., John Marcus—gitaar, Lafayette “Shorty” Gilbert—bas, Earl Howell—drums

 

Zaterdag 24 mei 1980 vanaf 16.00 uur

***Art Ensemble of Chicago: Lester Bowie—trompet, Joseph Jarman, Roscoe Mitchell—saxofoons, Malachi Favors—bas, Don Moye—drums

***Clovis Bordeaux—piano

***Ray Anderson Quartet: Ray Anderson—trombone, Allan Jaffe—gitaar, Mark Dresser—bas, Gerry Hemingway—drums   

***Kahil El Zabar and the Ethnic Heritage Ensemble: Light Henry Huff, Edward Wilkerson—saxofoons, Kahil El Zabar—percussie

***James “Blood” Ulmer Quartet: David Murray—tenorsaxofoon, basklarinet, James “Blood” Ulmer—gitaar, Amin Lee—bas, Ronald Shannon Jackson—drums

 

Zondag 25 mei 1980 vanaf 16.00 uur

***Groninger Workshop Orkest o.l.v. Allan Laurillard

***John Lindberg Quartet: Hugh Ragin—trompet, Marty Ehrlich—saxofoons, John Lindberg—bas, Pheeroan AkLaff (vermeld op de affiche) of John Betsch (vermeld in de brochure)–drums 

***Rozie Brothers Trio: Lee Rozie—saxofoons, Rick Rozie—bas, Rashied Ali—drums

***Idris Ackamoor Quartet: Rasul Siddik—trompet, Idris Ackamoor—saxofoons, percussie, Joe McKinley—bas, tuba, John Baker—drums

***Billy Bang/Butch Morris Ensemble: Butch Morris—kornet, Billy Bang—viool, Curtis Clark—piano, Wilber Morris—bas, Rashid Ali, Muhammad Ali—drums

***Odean Pope and the Saxophone Choir: Odean Pope, Charles Bowen, Earl Grubbs, Ray Wright, Robert Landham, Sylvester Middleton, Zach Zachary, Gregory Pope—saxofoons, Joe Sudler—baritonsaxofoon, Eddie Green—piano, Gerald Veasley—bas, Cornell Rochester—drums  

 

                                                         ******

DE KWESTIE: WAS HET OPTREDEN VAN HET RAY ANDERSON KWARTET NOU ECHT ZO BEROERD?

 

Een van de onderdelen op de Jazz Marathon-affiche waarvan buitengewoon veel werd verwacht was het optreden van het Ray Anderson kwartet. Anderson was al eerder in Groningen geweest: eind 1979 had hij als lid van het Barry Altschul Trio in Kafee Pakhuis een overdonderende indruk gemaakt, en hij had ook al eens op de Jazz Marathon gestaan: in 1978 was hij lid van het nogal chaotisch opererende Creative Music Orchestra o.l.v. Anthony Braxton.

Maar nu was hij doorgebroken en begon hij ook zijn eerste platen onder eigen naam te maken, sterker nog: zijn allereerste plaat onder eigen naam—Harrisburg Half Life—werd in 1980 door het MOERS-label uitgebracht,  met dezelfde sidemen in het kwartet als in Groningen. Van het optreden in Groningen bestaan geen (radio-)opnames , maar als je naar Harrisburg Half Life luistert, dan kun je redelijk exact bepalen hoe de vlag van dit kwartet er op de Jazz Marathon bij heeft gehangen.

Alle recensies die ik heb geraadpleegd zijn echter gematigd tot fanatiek negatief.

 

DE TELEGRAAF EN DE WAARHEID ZIJN HET ROEREND EENS

 

Zo schreef Frits Lagerwerff (Trouw): na de fantastische opening op de zaterdagmiddag door het Art Ensemble of Chicago “was het Ray Anderson die de aandacht even opeiste. Te midden van meer experimenteel dan swingend ingestelde medemusici kwam Anderson’s magistrale trombonespel echter te weinig aan bod.”  Terwijl Lagerwerff in een voorbeschouwing  hoge verwachtingen had geformuleerd over “de band van stertrombonist Ray Anderson, met daarin de “contrabas-vondst” Mark Dresser.”  Han Schulte (De Telegraaf) zit op dezelfde lijn als Trouw: “terwijl de meesterlijk solerende trombonist over zeer matige begeleiders beschikte. Hij twijfelde bovendien tussen vrije jazz en uitgeschreven klankeffecten.” Willem Bruring (Rotterdams Nieuwsblad) werd ook niet vrolijker van Ray Anderson c.s.: “Weinig opwekkender was het optreden van het kwartet van Ray Anderson. Een vaardig trombonist, dat wel, maar hij maakte de fout ook zijn begeleiders uitvoerig aan het woord te laten en dat werd hem fataal. Want deze heren bleken op die taak volstrekt niet berekend te zijn.” Ook Frans van Leeuwen, meestal een toonbeeld van ironische distantie, had de bokkepruik op: “Naar het concert van de groep van trombonist Ray Anderson was met veel belangstelling uitgezien omdat hij vorig jaar in diverse contexten een verpletterende indruk had achtergelaten. Ook deze keer was het goed raak. Zowel in de uit New Orleans bekende tailgate-stijl , de met het Duke Ellington-orkest geassocieerde velvet- en growl-technieken als in de afdeling moderne kleine geluidjes bewoog hij zich met zoveel autoriteit dat de titel trombonekampioen alle categorieën hem dit jaar bijna niet meer kan ontgaan. Helaas zakte de muziek als een plumpudding in elkaar als hij even een luchtje ging scheppen, omdat zijn kwartet zwak was bemand. Drummer Gerry Hemingway onderscheidde zich wel, zij het alleen door zijn vermetele pogingen om gebrek aan finesse en fantasie te camoufleren met een veelheid van volstrekt inefficiënte bewegingen.” Ook Tjitze Vogel (Utrechts Nieuwsblad) werd niet blij van het Ray Anderson kwartet: “Het kwartet van trombonist Ray Anderson, die vorig jaar in Nederland diepe indruk maakte als sideman bij Barry Altschul en Anthony Braxton kwam in mijn oren als een zeer onrijp geheel over.” Ook de criticus van het communistische dagblad De Waarheid, Johan Middendorp, zat op dezelfde lijn als zijn kapitalistische collega’s: “Meestertrombonist Ray Anderson kon de verpletterende indruk die vorige in ons land gegeven concerten achterlieten, niet waarmaken. Dat was voornamelijk het gevolg van de begeleiders die hij zich voor zijn kwartet had gekozen.  Met name de ritmesectie, bestaande uit bas en slagwerk, kon niet in de schaduw van de makkelijk fraserende Anderson staan. En helaas vormt de ritmesectie nog altijd de basis van de avant-garde jazz. Jammer voor Anderson, die toch algemeen als een van de beste hedendaagse trombonisten wordt gezien.”

 In mijn documentatiemapje ontbreken de recensies van de Volkskrant en Het Parool. Ik ben toch wel heel benieuwd of zij net zo kritisch gestemd zijn over  met name de sidemen van Ray Anderson. In ieder geval is Anderson na zijn debuut op het Moers-label (met Allan Jaffe—gitaar, Mark Dresser—contrabas, en Gerry Hemingway—drums) tientallen jaren met deze collega’s in wisselende bezettingen aan het werk gebleven. En hebben zij ook onder eigen naam een indrukwekkend oeuvre bij elkaar gespeeld.  

Samenstelling:
close
Om deze functionaliteit te gebruiken moet u zijn. Heeft u nog geen account, registreer dan hier.

Maak een account aan

Wachtwoord vergeten?

Heeft u nog geen account? Registreer dan hier.

Pas het wachtwoord aan