Due Boemi di Praga & Jozef Belik
do 20 mrt 2003
Door de eeuwen heen hebben de Tsjechen zich muzikaal goed laten horen. Deze drie kunnen er ook wat van. "Aus Böhmen kommt die Musik", zo luidt een Oostenrijkse schlager. Dat vooroordeel is niet van vandaag of gisteren. De Bohemen waren eeuwenlang Oostenrijks bezit, en in die tijd kwam generatie na generatie Boheemse musici naar Wenen toe. In de tijd van Mozart kan het zomaar eens de helft van het muzikantenbestand zijn geweest. In de negentiende eeuw verdween de traditie van muziek als ambacht dat je van vader op zoon leerde. De cultus van het eenzame genie deed zijn intrede. Door deze culturele klimaatverandering was het gedaan met de Boheemse dominantie in Wenen. Gelukkig had het land ook een wereldwijd bewonderd genie in de figuur van Antonín Dvorák. De twintigste eeuw bracht een waardige opvolger in de figuur van Leoš Janácek. Dankzij hem had het nu onafhankelijke Tsjecho-Slowakije ook een componist om mee te schermen. In dit concert nemen drie Tsjechische componisten – een basklarinettist, een pianiste en een violist – een koffer vol Boheemse muziek mee, vaak speciaal voor de gelegenheid gearrangeerd. De oudste composities komen nog uit de renaissance. Uit de klassieke tijd horen we František Benda (ook Franz Benda genoemd), telg uit een roemrijke familie van componist-instrumentalisten die met hun combinatie van gevoel en virtuositeit de Duitse landen veroverden. Dvorák en Janácek ontbreken natuurlijk niet. Via hen komen we bij moderne meesters als Luboš Fischer – vooral bekend als componist van filmmuziek – en diacrietenkampioen Miloš Štedron. Deze laatste is behalve componist ook musicoloog, en specialiseerde zich in de muziek van Janácek. Hij maakt de cirkel mooi rond.