Mozarts talent wordt aan banden gelegd.
1773 was een gouden jaar geweest voor Mozart. Hij had zijn stijl op alle fronten ontwikkeld, en onder meer zijn eerste strijkkwintet en zijn eerste concert geschreven. Het voormalige wonderkind was volwassen en geliefd in grote muzieksteden als Wenen en Milaan. Niets leek zijn roem en zijn ontwikkeling nog in de weg te staan.
Nou ja, niets… Mozart kreeg dit jaar te maken met bezwaren van zijn werkgever, aartsbisschop Colloredo. Twee jaar had Mozart nu voor de nieuwe kerkvorst gewerkt, en tot dan toe zonder veel problemen. Maar nu kwam de bisschop met nieuwe eisen. Colloredo was een man van de Verlichting, en wilde graag dat de mis een beetje opschoot. Een mis was in de eerste plaats voor de gemeente bedoeld, en heel veel ruimte voor pracht en rituelen was er niet. In drie kwartier moest de hele vertoning voorbij zijn.
Dat betekende dat er flink gesneden moest worden in de kerkmuziek. Mozart was gewend de tekst uitgebreid te zetten. Dat betekende dat vooral het Gloria en het Credo, met hun flinke lappen tekst, flink konden uitlopen. Vanaf nu was dat verleden tijd. De jonge componist was het er niet mee eens. Met frisse tegenzin schreef hij dat jaar twee missae breves, korte missen. We horen er nu één van.
Behalve voor de aartsbisschop schreef Mozart in Salzburg ook muziek voor de universiteit. Daar was ‘kort en bondig’ bepaald niet het motto, en het hoefde allemaal ook niet begrijpelijk te zijn voor het volk. Eén keer per jaar, bij het eind van het academisch jaar in augustus, werd daar flink uitgepakt. Er werd een gelegenheidsorkest geformeerd, dat een serenade speelde, de zogenaamde Finalmusik. Die compositie kwam meestal van een lokale meester, en vaak was dat Mozart.
In 1774 schreef Mozart twee serenades voor orkest. Vroeger dacht man dat één van de twee voor de naamdag van Colloredo werd geschreven; tegenwoordig denken onderzoekers dat ze alle twee als Finalmusik dienden. We horen nu één van die twee – een monumentaal stuk van bijna veertig minuten.
Afspeellijst
1. Missa brevis in D, KV 194
2. Serenade in D, KV 203
Uitvoerenden
Elisabeth Cragg (sopraan), Deborah Miles-Johnson (alt), Daniel Auchincloss (tenor), Lawrence White (bas). Saint Albans Cathedral Choir en Sinfonia Verdi o.l.v. Andrew Lucas (1)
Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Neville Marriner (2)
