Terug in Salzburg begint Mozart aan de opera.
De afgelopen afleveringen volgden we de jonge Mozart en zijn familie op hun reis door Europa. Drieënhalf jaar hadden ze door West-Europa gezworven en triomfen gevierd aan alle hoven. En niet als laatste: Mozarts stijl was met sprongen vooruit gegaan. Op reis door Frankrijk, Engeland en de Nederlanden had hij de vioolsonate, de symfonie en de opera-aria ontdekt.
In 1767 vindt Leopold zijn elfjarige zoon rijp genoeg voor een hele opera. Twee opera’s zal hij dat jaar schrijven. Het zijn wel allebei opera’s waar iets ongewoons mee is. In maart komt Die Schuldigkeit des ersten Gebots op de planken. Een geestelijk drama waarin de allegorische figuren Barmhartigheid, Gerechtigheid, Christengeest en zijn tegenspeler Wereldgeest proberen in te werken op de christen, die zogenaamd geen andere goden aanbidt maar zich ondertussen wel met allerlei zondige gedachten inlaat. Door dingen als Wellust en Eigenliefde te aanbidden schendt hij dus eigenlijk het eerste gebod, zo is de gedachte.
Met zoveel stichtelijke en theologische lading zou je normaal niet van een opera maar van een oratorium spreken. Echter: een oratorium is veel statischer. De librettist – Ignatz Anton von Weiser – haalt de flair en actie van de opera naar de kerk. Niet zo vreemd in een stad als Salzburg, waar een aartsbisschop de scepter zwaaide. Mozart, Michael Haydn en Anton Adlgasser namen elk één deel voor hun rekening. Helaas zijn de delen van Mozart en Adlgasser verloren gegaan.
Moderne critici zien niet veel in Die Schuldigkeit. Ze vinden de noten van de elfjarige componist weinig geïnspireerd. Elke aria bevat standaardmuziek die net zo goed bij een andere tekst had kunnen zitten. Het publiek dacht er destijds anders over: Mozarts deel werd een doorslaand succes. Zo kreeg hij meteen een nieuwe opera-opdracht.
Deze keer was de universiteit de opdrachtgever. Zij wilden een opera door en voor studenten (en gymnasiasten: de jongste medewerkers waren twaalf jaar!). En aan een universiteit werd Latijn gesproken. Een Italiaans libretto voor een klassiek drama? Dat was ondenkbaar. Zodoende kreeg Mozart een Latijns libretto toon te zetten. In Apollo et Hyacinthus wordt Apollo verliefd op Melia, de zus van Hyacinthus. Dat is niet naar de zin van Zephyrus, vriend van Hyacinthus en eveneens gek op Melia. Hij doodt Hyacinthus – van je vrienden moet je het hebben – en probeert Apollo de schuld te geven. Apollo geeft Hyacinthus het eeuwige leven in de vorm van de bloem die nu nog naar hem heet.
Oorspronkelijk was het een verhaal van herenliefde: Apollo en Zephyrus zaten beiden achter Hyacinthus aan. Dat verhaal hadden de studenten ook heus wel gelezen, maar in de achttiende eeuw, waarin je ter dood werd gebracht voor “sodomie”, kon zoiets niet op het podium. Librettist Rufinus Widl loste dat op door met een zus van Hyacinthus te komen. Na de uitvoering verdween dit curiosum lange tijd in een la – het gebruikelijke lot voor de grote meerderheid van alle opera’s. Het is mede te danken aan de bewaarzucht en zorgvuldige categorisatie van de familie Mozart dat we dit stuk nog hebben.
Tot slot draaien we nog het offertorium Scande coeli limina. Dit was Mozarts eerste echte kerkmuziekwerk. Hij schreef het begin 1767 voor het rijke Benediktijnerklooster Seeon in Beieren, net over de grens bij Salzburg.
