1777 wordt een bewogen jaar voor Mozart.
In 1777 wordt Mozart 21 jaar, en eigenlijk weet hij het allang: hij wil weg uit Salzburg. Maar zomaar ontslag nemen, nog voordat je een betere betrekking hebt gevonden? Dat gaat niet.
Wel merken we dat Mozarts artistieke belangstelling steeds meer verschuift naar werken voor zichzelf of voor collega-componisten, en dat opdrachten van het hof minder de aandacht krijgen. Zodoende wordt 1777 het jaar van het soloconcert: het genre waarin hij of een andere virtuoos kan schitteren voor een orkest.
In januari komt de Franse pianovirtuoos mademoiselle Jeunehomme naar Salzburg. Ze vraagt Mozart om een pianoconcert. Wie denkt dat Mozart zich er gemakkelijk vanaf maakt omdat hij deze keer niet zelf soleert, komt bedrogen uit! Sterker nog: het is zijn bijzonderste en meest ambitieuze concert tot nu toe. Met een feilloos gevoel voor evenwicht bouwt hij een subtiele dialoog tussen solist en orkest, waardoor het concert over de volledige dertig minuten geen moment verslapt.
Altijd gaat zijn instinct voor op de conventie: waar hij dat nodig vindt, breekt hij genadeloos met de regels. Al meteen aan het begin, na twee maten orkestinleiding, valt de piano in. Dat hoort helemaal niet, want normaal mag de solist pas spelen als het orkest een volledige inleiding heeft afgewerkt. In het derde deel doet Mozart iets vergelijkbaars. Het rondo wordt presto (zeer snel) gespeeld, maar dan ineens, uit het niets, zakt het tempo naar moderato (gematigd) en speelt de pianist een rustig menuet. Dat Mozart dit durft, in een compositie voor een ander nog wel, tekent zijn sterk gegroeide zelfvertrouwen: de wereld moet rekening houden met hem, niet andersom! De tijd heeft hem gelijk gegeven, want nog altijd is dit een van zijn populairste en meest gewaardeerde concerten.
Later dat jaar krijgt Mozart nog een concert te schrijven. De Italiaanse hoboïst Giuseppe Ferlendis wordt in Salzburg aangesteld, en hoewel Ferlendis wel zelf componeert, speelt hij ook werk van anderen. Mozart speelde natuurlijk geen hobo, zoals hij wel piano (en viool) speelde. Maar hij had met zijn Fagotconcert al eerder laten zien dat hij voor blazers kon componeren. Het Hoboconcert is niet zo ambitieus of onconventioneel als het Jeunehomme-pianoconcert, maar is tot op de dag van vandaag erg geliefd – ook als fluitconcert, een bewerking die Mozart het jaar daarop maakte.
Onderwijl bleef Mozart ook ‘gewoon’ voor de kerk schrijven. Zo schreef hij in september het graduale Sancta Maria, mater Dei, voor het feest van de H. Naam van Maria, een Mariadevotie die op 12 september wordt gevierd. Je kunt het aan dit stuk niet horen, maar Mozart lag op dat moment op ramkoers met de aartsbisschop. Hij vroeg verlof voor een reis naar Mannheim, en de kerkvorst dreigde meteen maar allebei de Mozarts te ontslaan!
Wolfgang ging toch. Hoe dat afloopt en welke muziek daarbij gemaakt werd, ontdekt u de komende weken. Eén ding kunnen we wel verklappen: de concerten die u vandaag hoort nam hij mee op reis. Het was tenslotte uitstekende reclame.
Afspeellijst
1. Pianoconcert nr. 9 in Es (“Jeunehomme”), KV 271
2. Sancta Maria, mater Dei KV 273
3. Hoboconcert in C, KV 271k/314
Uitvoerenden
Les Violons du Roy o.l.v. Bernard Labadie; Alexandre Tharaud (piano) (1)
Rundfunkchor en Rundfunk Sinfornie Orchester Leipzig o.l.v. Herbert Kegel (2)
Arcangelo o.l.v. Jonathan Cohen; Alfredo Bernardini (hobo) (3)
