Mozart neemt nadrukkelijk afscheid van Salzburg.
Het rommelde al een hele tijd tussen Mozart en aartsbisschop Colloredo. Het begon met gezeur over missen die drastisch korter moesten en met de uitgebreide reizen die vader en zoon maakten. Uiteindelijk ging het van kwaad tot erger. Mozart vond diep van binnen dat een componist, zeker een componist van zijn formaat, niet als dienaar van een broodheer moest worden behandeld. Hij was het beu om een livrei te dragen en op één lijn te staan met de kok en de tuinman. Maar Mozarts pogingen om elders werk te vinden waren mislukt, en Colloredo zag wel in dat hij niet de eerste de beste in dienst had. Zo ging Mozarts dienstverband jarenlang zijn geforceerde gangetje.
Aan dit verstandshuwelijk kwam in 1781 een einde. Mozart was weer eens een keer op stap – naar München, waar hij de Idomeneo opvoerde (zie de vorige aflevering) en waar hij nog tal van andere leuke opdrachten ontving. Colloredo was daar allerminst van gediend: Mozart moest eens even op appel komen. Daarvoor moest hij niet naar Salzburg maar naar Wenen, waar de aartsbisschop op dat moment verbleef.
Dát had hij nou niet moeten doen. Wenen was de hoofdstad van de muziek, Mozart probeerde daar al jaren aan de bak te komen. Dezelfde dag dat hij aankwam, nog voordat hij naar de aartsbisschop toe ging, gaf hij een publiek concert! Eenmaal bij Colloredo kreeg Mozart zijn opdracht te horen. Beste Mozart, mijn goede vader is jarig, daar ga jij muziek voor schrijven! Mozart moest er een zeer lucratieve ontmoeting voor laten schieten. Nu waren ze allebei pisnijdig. Mozart bood bij graaf Arco, Colloredo’s kamerheer, zijn ontslag aan, en deze schopte hem letterlijk de deur uit! Met deze trap onder Mozarts hol beëindigde de graaf het feodale tijdperk in de muziek.
In deze Sanssouci horen we muziek uit het hele jaar. We beginnen met een compositie die Mozart in München schreef. Het Hobokwartet in F wordt niet overdreven vaak uitgevoerd, maar het is een erg mooi werk. Anno 1781 suggereerde zo’n werk huismuziek, zonder al te grote pretenties. Maar Mozart geeft er het drama van een heus concert aan. Heel bijzonder is een passage in het laatste deel, waarin de hobo in een andere maatsoort speelt dan de strijkers.
Daarna volgt het Rondo voor viool en orkest in C. Sowieso een bijzonder werk, want het is het laatste werk dat Mozart voor strijkinstrument en orkest schreef. Maar de gelegenheid maakt het helemaal bijzonder. Dit is het werk dat de verjaardag van Colloredo’s ouweheer opluisterde. Mozart zal zelden met zoveel tegenzin een opdracht hebben aangenomen – en toch lijkt het alsof hij het stuk niet met tegenzin geschreven heeft.
In de zomer van 1781 is Mozart erg druk, maar vooral met concerten geven en leerlingen zoeken. Dat zijn snelle bronnen van inkomsten en die heeft hij nodig in het dure Wenen, waar hij als vrij componist wil (over)leven. Componeren doet hij in die tijd opvallend weinig. In alle grote genres – opera, symfonie, concert, strijkkwartet, pianosonate etc. – laat dit jaar een pauze zien. Maar hij componeert wel voor piano. Variaties op populaire melodieën zijn een eeuwig succesnummer. Het merendeel improviseert Mozart ter plekke, maar soms schrijft hij een reeks uit. Dat deed hij bijvoorbeeld met zijn zes variaties op “Salve tu Domine” van de mateloos populaire Giovanni Paisiello.
Misschien schreef hij zijn variaties uit om als lesmateriaal te gebruiken? Dat zou wel kunnen. Een vroege leerlinge was Maria Theresa Auernhammer. Hij had een goede band met haar, want toen hij in de zomer zes vioolsonates liet drukken, droeg hij de reeks aan haar op.
Auernhammer werd zelfs stapelverliefd op hem, maar dat gevoel kon hij niet retourneren. Mozarts hoofd zat nog steeds bij de familie Weber. Aloysia had hem afgewezen, maar ze had twee zusjes die er beslist ook mochten zijn. Met de oudste van die twee, Constanze, leek het in de zomer wel wat te worden.
Ja, Mozart was goed op dreef dit jaar. Hij had moed verzameld om te breken met de aartsbisschop, zijn Weense carrière kreeg een goede start en hij had persoonlijk geluk gevonden. Mozarts talent op het klavier werd al gauw spreekwoordelijk. Maar hij was niet de enige pianovirtuoos in de stad. Ook de Italiaan Muzio Clementi (1752-1832) had een reputatie hoog te houden. Op kerstavond liet keizer Jozef II, in bijzijn van het Russische grootvorstenpaar, de twee bollebozen een wedstrijd houden. Zowel van blad lezen als improviseren stond op het programma. Mozart won maar ternauwernood, en wat erger was: hij liep een Clementi-allergie op. In zijn brieven daarna houdt hij niet op te schelden op deze “charlatan” met zijn lege composities en eendimensionale talent.
Dit oordeel is door veel Mozartfans klakkeloos overgenomen. Niet helemaal eerlijk, al was het maar omdat Clementi een carrière van zestig jaar had en je zijn composities niet onder één hoedje kunt vangen. Een beroemd werk is zijn Sonate in Bes, opus 24/2. Het hoofdthema doet denken aan de ouverture van Die Zauberflöte. Dat heeft mensen doen vermoeden dat Clementi het stuk die avond heeft gespeeld, en dat Mozart het thema jaren later (bewust of onbewust) heeft gebruikt. Dat wordt moeilijk: deze sonate is pas in 1788 uitgegeven! Toch draaien we het werk graag, al was het gewoon maar om kennis te maken met Clementi’s oeuvre.
Afspeellijst
1. Wolfgang Amadeus Mozart – Kwartet voor hobo en strijkers in F, KV 370
2. Wolfgang Amadeus Mozart – Rondo voor viool en orkest in C, KV 373
3. Wolfgang Amadeus Mozart – Vioolsonate in F, KV 376
4. Wolfgang Amadeus Mozart – Variaties op “Salve tu Domine” uit I filosofi immaginarii van Giovanni Paisiello, KV 398
5. Muzio Clementi – Sonate in Bes, opus 24/2
Uitvoerenden
Aleksej Ogrintsjoek (hobo), Boris Brovtsyn (viool), Maksim Rysanov (altviool), Kristine Blaumane (cello) (1)
Wiener Philharmoniker o.l.v. James Levine; Itzhak Perlman (viool) (2)
Szymon Goldberg (viool), Radu Lupu (piano) (3)
Ronald Brautigam (piano) (4)
Jos van Immerseel (piano) (5)
