spinner

Roadburn baadt in intensiteit

Ieder jaar bereikt het Roadburn festival in Tilburg nieuwe plateaus van diversiteit en intensiteit. En het plafond lijkt nog lang niet in zicht. Begonnen als een festival voor doom, stoner, psychedelica en metal, spreidt het festival steeds stoutmoediger haar vleugels uit. Bezoekers groeien mee en de risicovollere uitstapjes binnen de programmering gaat niemand meer uit de weg. Je zou zo maar de nieuwste hype kunnen missen.

Dit jaar wist Roadburn met een uitgekiende programmering iedereen tevreden te stellen. Zo kun je de route zo uitstippelen dat je al hoppend van vertrouwde doom en metal, ook nog eens af en toe een experimenteel zijweggetje kon inslaan. De schitterende grote zaal van 013 met zijn ideale geluidsinstallatie was een relaxte thuishaven. Maar je kon ook schouder aan schouder het experiment opzoeken in de zweterige kleine zaal of in de daartegenover gelegen, altijd bomvolle muziektempel het Patronaat. Voor de Concertzender heb ik kriskras een aantal zijpaadjes bewandeld tijdens de Roadburn vierdaagse (20 t/m 23 april).

Intens en divers waren de codewoorden voor Roadburn 2017. Musici die op het scherp van de snede opereren, en daar veel voor opzij zetten. Eén van de overdonderendste shows werd gegeven door de Noorse industrial metalband Mysticum. Voor Roadburn zetten bands hun allerbeste beentje voor, en Mysticum was geen uitzondering. Mensen in de grote zaal van 013 keken letterlijk hun ogen uit. De drie Mysticum-leden musiceerden voor de gelegenheid op drie hoge stellagetorens. De Teutoonse lichtshow die daarna volgde was werkelijk uniek te noemen. Lichtzuilen, talloze stroboscopische flitsen en wandhoge projecties wisselden elkaar in razend tempo af. En dat alles op de strakke militaire maat van Mysticums denderende blitzmetal. Het zwart-wit van de projecties contrasteerde op magische wijze met de licht- en schaduwwereld van de lichtontwerper. Een show waar nog lang over nagepraat wordt.

Spraakmakend onder puristische metal-liefhebbers was ook het optreden van de band Deafheaven. De vijf Amerikanen gaven een sublieme demonstratie van hun visie op moderne metal. De breekbare melodische lijntjes en dwingende riffs uit de postrock botsten stijlvol op de vocale pathos en geldingsdrang van de black metal. Een eigen geluid dat belichaamd werd door de bevlogen zanger George Clarke die zijn zwierige kapsel vlotjes liet molenwieken, en de snedige riffs al ronddansend met losse handgebaartjes begeleidde. Een beetje overdreven de show stelen hoort er nu eenmaal bij voor een Amerikaanse band. Van hun doorbraakalbum ‘Sunbather’ speelden ze enkele krakers waaronder de titelsong en publiekslieveling ‘Dreamhouse’ met een van de mooiste breaks uit de recente metal-muziek.

IJzingwekkend
Intens maar dan aan de doom-kant van het heavy-spectrum was de eenmalige reünie van Warning. De Engelse doomformatie rond zanger en frontman Patrick Walker (bekend van vervolgband 40 Watt Sun) combineert de trage bulderende riffs van doommetal met de naakte zeggingskracht van de jaren negentig slowcore van bands als Codeine, Red House Painters en Low. Warning speelde hun album ‘Watching From A Distance’ (2006) integraal. Openhartige, bijna naïeve teksten die ijzingwekkend kalm maar majestueus voor het voetlicht werden gebracht door de ontroerend goed zingende Walker en zijn band. Wat een optreden, en je hoopt van ganser harte dat er nog meer in het vat zit voor deze heropgerichte band.

Op muzikaal gebied regen de hoogtepunten zich aaneen. De Franse progrockband Magma leverde een van haar beste shows, en ik heb ze de afgelopen jaren toch al een aantal keren mogen aanschouwen. Centraal stond het album ‘Mekanïk Destruktïw Kommandöh’ uit 1973. De intensiteit waarmee drummer en aanjager Christian Vander zijn band en drie vocalisten (waaronder zijn vrouw Stella) opzweepte tot grote hoogten, was ongekend. Deze band staat ook voor alles wat Roadburn is. Magma speelt roesopwekkende muziek die bruggen slaat tussen de meest uiteenlopende genres: van progressieve trancerock en psychedelische spacejazz, tot extatisch modern klassiek vol hemelse samenzang. Het publiek kreeg er na afloop geen genoeg van, en Magma lijkt met ieder concert er weer een schepje bovenop te doen.

In hetzelfde psychedelische straatje gaf de formatie Gong op de slotzondag een verrassend opzwepend optreden. Grote roerganger Daevid Allen is niet meer, maar gelukkig heeft de nieuwe bandleider Kavus Torabi dezelfde charismatische, maffe trekjes. Met zijn zwarte krullenbol en brede armgebaren loodst hij zijn band door een zeer energieke set. Indrukwekkend is de wijze waarop ze een Gong-klassieker als ‘I Never Glid Before’ (met die pittige Steve Hillage-riff) van nieuwe power voorzien. Zo kan dit tijdloze repertoire nog decennia mee.

Gnodulation
Zeer goede traditie bij Roadburn is het uitnodigen van een artist-in-residence. Dit jaar nam de Engelse experimentele spacekrautrockband Gnod de honneurs waar. Een geweldige keuze want de vijfkoppige formatie liet zich werkelijk van de meest diverse zijde zien. Gnod ziet eruit als een soort losgeslagen kraakpandencollectief dat met hernieuwde energie de erfenis van krautrock, trance-opwekkende drones en psychedelisch experiment te lijf gaat. Hun Roadburn-residentie was een waar succes. Hun eerste ‘Gnodulation’ set in het Patronaat pakte uit in een louterende, zeer luidruchtige elektronische noise-uitstapje als begeleiding voor een hilarische lezing over gehoorschade en tinnitus. Samen met het Engelse droneduo Kuro –bestaande uit violiste Agathe Max en contrabassist Gareth Turner- brachten de Gnod-leden in de dagen daarna een eenmalige, zeer smaakvolle ode aan de vermaarde minimalistische dronerock-klassieker ‘Outside The Dream Syndicate’ van dronepionier Tony Conrad en krautrocklegendes Faust. ‘Not all drone is good drone’ stond er te lezen op het t-shirtje van de perfect intonerende violiste Agathe Max. Maar deze door dubexperimenten gekruide drone was gelukkig om door een ringetje te halen. Een fantastisch hoogtepunt tijdens Gnods residentie waarvan je alleen maar hoopt dat het ooit op geluidsdrager wordt vereeuwigd. Hun reguliere –als je al kunt spreken van regulier- set op de vrijdag was een razende dwarsdoorsnede door hun oeuvre, met enkele hoogtepunten uit hun nieuwste album met de veelzeggende titel ‘Just Say No To The Psycho Right-Wing Capitalist Fascist Industrial Death Machine’. Poeh, daar kunnen Trump en de zijnen nog eens hun tandjes inzetten.

Drones waren er ook te horen tijdens het treffen tussen Dylan Carlson van dronedoomlegende Earth en noiseterrorist Kevin ‘The Bug’ Martin. Een stel dat het goed met elkaar kon vinden. Martin en Carlson gooiden dub geïnspireerde momenten in de blender met diepe gitaardrones en zelfs dansbare, ritmische gedeeltes. Martin hield zijn diepe bassen en geluidsniveau deze keer op een beschaafd niveau waardoor het optreden absoluut aan kracht won.

Op de perfecte slotzondag was er ruim baan voor grensgangers. Artrockers Oxbow trapte af met een van de intenste shows van het festival. Je hebt charismatische zangers en je hebt Eugene Robinson. De Afro-Amerikaanse frontman van Oxbow zette het Patronaat in vuur en vlam met zijn bezeten voordracht en onvergelijkelijke podiumpresentatie. Opkomend in een chique dikke jas met bijpassende zwarte hoed wist je dat Robinson zijn stijlvolle kloffie niet lang aan zou houden. Uiteindelijk danste hij met ontbloot, gespierd bovenlijf over het podium. Oxbows muziek is moeilijk in een hokje te stoppen, maar alles wat heavy is blijft kleven. Je hoort flarden jazzy postrock (denk aan een band als Karate) maar ook poëtische zangkunst verpakt in stevige rockriffs (denk aan een band als Enablers). Het is bezeten muziek die swingt zoals in de prijsnummers ‘Down a Stair Backward’ en ‘She’s A Find’, waarin Robinson zich een groot dichter en verbeten voordrachtskunstenaar betoond. Deze band verdient absoluut meer aandacht.

Lekker eighties
Aandacht was er genoeg voor de voormalige Noorse metalband Ulver die iedereen –zelfs de verstokte fans- verraste met een lekker eighties klinkend popalbum. Ulver heeft het transformeren van het bandgeluid tot een grote kunst verheven, en fans hadden het kunnen weten dat Ulver ooit terug zou grijpen naar de sound van hun jeugd. Op hun nieuwste album ‘The Assassination of Julius Caesar’ – dat integraal werd uitgevoerd- hoor je invloeden van eighties bands als Talk Talk, Depeche Mode en New Order. Maar Ulver weet dit kenmerkende elektropop geluid naar een nieuw niveau te tillen, met kleine, elektronische geluiden, subtiele riedeltjes op de keyboards, lang uitgesponnen instrumentale passages en slim verstopte melodietjes. De diepe stem van frontman Kristoffer Rygg doet de rest. De band liet zich voor deze gelegenheid eenmalig vergezellen door de experimentele, improviserende gitarist Stian Westerhus. Zijn verstilde fragiele gitaarsolo halverwege de prachtig uitgelichte set was een goed gekozen adempauze.

Persoonlijk hoogtepunt was het Europese debuutoptreden – na de Engelse première- van Hypnopazuzu, de nieuwste band van David Tibet (bekend van de apocalyptische folkformatie Current 93) en bassist/producer Martin ‘Youth’ Glover (Killing Joke). Laat een intens optreden maar over aan de furieuze, venijnige Tibet. Omringd door de altijd relaxte Youth en zijn band kon Tibet vrij onverveerd zijn innerlijke rockgod herontdekken. De nummers van debuutplaat ‘Create Christ, Sailor Boy’ werden in een steviger rockjasje gestopt. Zelfs een wat minder nummer op de plaat als het olijke ‘Pinocchio’s HandJob’ (zo’n titel al) kreeg een krachtige lading mee. Slotnummer en een van de mooiste Tibet-songs van de laatste jaren ‘Night Shout, Bird Tongue’ was de kers op de taart. Er passeerden zelfs nieuw materiaal dus een nieuw Hypnopazuzu album gloort wellicht in de toekomst. Tibet en Youth zijn in ieder geval een gouden koppel. Het stel danste als oude crustpunkers op blote voeten rond op het 013-podium en bekroonde een fantastisch Roadburn met een bezield optreden.

Geschreven door programmamaker Mark van de Voort.