Een nieuwe start voor de jonge Mozart?
Twee weken geleden lieten we muziek van het kind Mozart horen. Vorige week gingen we weer de bocht om: in plaats van Mozart draaiden we toen muziek van Johann Christian Bach en Carl Friedrich Abel. De reden daarvoor was eenvoudig: Mozart heeft in zich in Londen zo door die componisten laten beïnvloeden dat we even nader moesten luisteren.
Vandaag horen we de vruchten die Mozart daarvan plukte. Tot die tijd had hij enkel korte stukjes voor klavier geschreven, en redelijk eenvoudige sonates voor klavier met facultatieve begeleiding. Maar hier in Londen waagde hij zich voor het eerst aan de symfonie! Dat was even andere koek, want Mozart kon de muziek nu niet uitproberen op een klavier. Hij moest de noten echt in zijn hoofd horen. Het schrijven voor orkest was een heel nieuw in zijn carrière. Mozarts eerste symfonie is nog een redelijk eentonige vingeroefening. Zijn “tweede” en “derde” hebt u in eerdere afleveringen gehoord: Nummer 2 is waarschijnlijk van Leopold, nummer 3 is een kopie van een werk van Abel. Wij laten nu de ongenummerde Symfonie in F, KV 19a horen. Het werk was jarenlang onbekend, tot het in 1980 werd ontdekt. Hier horen we wat een vorderingen de negenjarige Mozart al heeft gemaakt!
Een dik jaar waren de Mozarts in Londen gebleven, maar in de zomer van 1765 vertrokken ze richting Den Haag. Leopold had daar aanvankelijk helemaal geen zin in. Hij associeerde ons land nou niet bepaald met muzikale verfijning en vond de Hollanders maar een grof volkje. Maar de Nederlandse gezant in Londen bleef aandringen en vergat ook niet te vermelden dat prinses Caroline, de muzikale zuster van de stadhouder die de familie graag aan haar hof wilde hebben, in staat van blijde verwachting was! Tja, dat kun je als heer niet weigeren…
Zo trok de familie door Noord-Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden naar de Noordelijke Nederlanden. In ons land bezochten ze Rotterdam, Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Het grootste deel van de tijd verbleven ze in Den Haag, aan het stadhouderlijk hof. In november werden Wolfgang en Nannerl weer eens ernstig ziek: ze kregen de tyfus. Maar de kinderen overleefden het, en in december was Mozart al genoeg hersteld om weer wat te componeren. Het werd zijn Vijfde symfonie in Bes, KV 22. Net als de andere vroege symfonieën volgt ze duidelijk het voorbeeld van J.C. Bach. Mozart experimenteert met de dynamiek; voor het eerst past hij hier het crescendo toe. Dit maakt mede dat het eerste deel zo “lekker” klinkt. Als het Haagse hoforkest dit kon spelen, stond het op een hoog niveau, want een orkestraal crescendo was in die tijd het nieuwste van het nieuwste!
Rond dezelfde tijd schreef Wolfgang ook een concertaria. Het was niet zijn eerste: ook in Londen had hij al zo’n stuk geschreven. In de komende jaren zouden er nog meerdere volgen. Het waren in zekere zin studiewerken: voordat Mozart aan een hele opera kon denken, moest hij zich bekwamen in het schrijven van losse aria’s. Oude teksten van Metastasio, de grote schrijver van serieuze operalibretti uit de voorbije barok. Altijd goed en niet kapot te krijgen, vonden ze ook toen nog. Conservati fedele komt uit Artaserse, een opera die al verschillende keren was getoonzet en nog talloze keren getoonzet zou worden. Mozart droeg de aria op aan prinses Caroline, uit dank voor de goede zorgen die hij op zijn ziekbed van haar gekregen had.
In Den Haag ontmoette Mozart ook de plaatselijke hofcomponisten. Geen kunstenaars van internationale betekenis, maar toch: vakbroeders. De geboren Duitser Christia(a)n Ernst Gra(a)f leeft voort in een variatiereeks van Mozart. Wolfgang blonk – als kind, maar ook als volwassene – uit in het improviseren van variaties op populaire melodieën. Hij had ongetwijfeld al tientallen variatiereeksen gespeeld tijdens zijn concerten. Nu, in Den Haag, vond hij het voor het eerst de moeite om een reeks variaties op te schrijven. Het werden Acht variaties in G over “Laat ons juichen Batavieren!”, KV 24.
U hebt dit jaar al gehoord hoe Mozart in Parijs voor het eerst muziek liet drukken, of liever: hoe vader Leopold voor het eerst muziek van Wolfgang liet drukken. Het ging toen om eenvoudige sonates voor klavier en viool, waarin het klavier de boventoon voert en de viool alleen de hoofdzaken meespeelt. In Den Haag werden er nog zes van die sonates gedrukt. Mozart had ze vermoedelijk verspreid over meerdere maanden geschreven, tussen de bedrijven door: in de koets, op vrije dagen of tijdens het herstel van zijn ziekte. Ook in deze muziek kan de vioolpartij desnoods worden weggelaten. Maar de sonates zijn al een stuk complexer en interessanter dan het Parijse werk. Het is duidelijk: Mozart heeft bijgeleerd.
Na een paar maanden wilde Leopold wel weer terug naar huis. Maar de prinselijke familie vroeg ze toch even te blijven. In maart 1766 zou Willem V officieel worden ingehuldigd, konden de Mozarts zo goed zijn om dat feest op te luisteren? Dit aanbod werd niet geweigerd, en Mozart werd aan het werk gezet. Voor deze feestelijke gebeurtenis schreef hij een potpourri, of zoals Leopold en hij het noemden: een galimathias. Wat is dat nou weer? Gal(l)imathias was in de achttiende eeuw een echt modewoord onder geschoolde lui. Het verwees naar een Latijnstalig pleidooi van een advocaat die de draad kwijtraakte en daardoor, in plaats van het bedoelde gallus Mathiae, “galli Mathias” zei. Als gesjeesd rechtenstudent kende Leopold die anekdote wel.
Zo ontstond het idee voor Mozarts Galimathias musicum, KV 32. Maakt het werk zijn naam waar? Zeker! Het bestaat uit tientallen korte stukjes, meestal orkestraties van Oostenrijkse volksliedjes. Onderwijl klinkt er een stukje voor klavecimbel solo en zelfs een koorwerk – a capella! Een carnavaleske omkering is het. Het klavecimbel had in het orkest normaal alleen akkoorden te spelen – als het ineens uit zichzelf tot leven kwam, was het effect enorm. En het stukje koorzang – we kunnen ons voorstellen dat dat door de orkestleden zelf werd gedaan. Dat is helemaal de omgekeerde wereld – maar het kan wel.
In april speelden Wolfgang en Nannerl nog in Utrecht. Daarna werd het toch echt tijd voor de terugreis. Mozart was een paar maanden in Nederland geweest. In die tijd had hij zijn oeuvre bijna verdubbeld en was zijn leercurve steil omhoog gegaan.
Afspeellijst
1. Symfonie in F, KV 19a
2. Symfonie nr. 5 in Bes, KV 22
3. Conservati fedele, KV 23
4. 8 variaties in G op “Laat ons juichen Batavieren”, KV 24
5. Vioolsonate in Bes, KV 31
6. Galimathias musicum, KV 32
Uitvoerenden
Deens Kamerorkest o.l.v. Ádám Fischer (1, 2)
Hanna Schwarz (sopraan), Mozarteum Orchester Salzburg o.l.v. Leopold Hager (3)
Ingrid Haebler (piano)
Blandine Verlet (klavecimbel), Gérard Poulet (viool) (5)
Academy of St. Martin in the Fields o.l.v. Neville Marriner; Ambrosian Singers o.l.v. John McCarthy; John Constable (klavecimbel)
